Vlaams minister van Leefmilieu Jo Brouns (CD&V) voert strengere afstandsregels in voor grote windturbines. Dit meldt de krant Het Laatste Nieuws.
Voor windmolens hoger dan 200 meter moet de afstand tot de eerste woning voortaan minstens drie keer de tiphoogte bedragen. “Vlaanderen is te klein om dergelijke mastodonten zomaar overal te plaatsen,” zegt Brouns.
Drie keer de tiphoogte
Vlaanderen had al regels voor windturbines met betrekking tot geluid en slagschaduw, maar in tegenstelling tot andere landen nog niet voor de afstand. Daar komt nu dus snel verandering in. Volgens minister Brouns ondermijnen de grote windmolens alleen maar het draagvlak voor windenergie en moet de leefbaarheid van burgers voorop staan.
Brouns grijpt een voorbeeld in de Gentse kanaalzone aan om afstandsregels voor windmolens in te voeren. Engie en Katoen Natie willen er vier windmolens van 266,5 meter bouwen. Een van de windmolens zou op 280 meter van bewoning staan, wat te dichtbij is, oordeelde minister Brouns, de eerste keer dat hij een vergunning voor een windmolen weigert omdat de afstand tot bewoning te klein is.
Voortaan moet de afstand tussen windmolens van 250 meter en woonwijken dus minstens 750 meter zijn. “Als dit niet het geval is, zal ik het project niet toestaan”, zegt Brouns.
Niet genoeg windenergie op land
Het punt is dat de Vlaamse regering nu al worstelt met haar klimaatdoelstellingen, terwijl Europa net vraagt om energieduurzaamheid. Tegen 2030 moet er bijvoorbeeld 2.800 gigawatt windenergie op land opgewekt worden, bijna 1.000 GW meer dan de 1.86 GW vandaag.
Daarvoor moeten er de komende jaren elk jaar ongeveer 25 nieuwe windturbines bijkomen, maar in 2024 zijn er nauwelijks 12 gebouwd, juist omdat elke vergunning keer op keer wordt aangevochten voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen vanwege de impact op de ruimtelijke ordening.
Anders heeft de Vlaamse regering in maart besloten om opnieuw steun in te voeren voor nieuwe windturbines, een maatregel die door de vorige regering was geschrapt. De steun die Vlaanderen opnieuw invoert, is in de vorm van groenestroomcertificaten. Dit zijn virtuele certificaten met een bepaalde waarde in euro die uitbaters van windmolens krijgen voor elke hoeveelheid energie die ze opwekken. Deze certificaten worden op hun beurt gekocht door energieleveranciers die een bepaalde quotumverplichting hebben voor hernieuwbare energie.

Nieuwe generatie windmolens
Windmolens die tegenwoordig worden gebouwd, zijn veel groter dan die van 10 jaar geleden. Hoe groter de windmolen, hoe langer de wieken en hoe meer elektriciteit de windturbine kan opwekken. De huidige generatie windmolens (tiphoogte 200-250 meter) genereert bijvoorbeeld gemiddeld 3-4 keer meer elektriciteit dan de eerste generatie windmolens (tiphoogte 150 meter).
Op grotere hoogten waait de wind ook krachtiger en constanter, dus hogere windturbines vangen meer wind. Ze kunnen ook langzamer draaien, wat positief is voor de visuele en geluidsimpact voor omwonenden.
Volgens Mieke Schauvliege, Vlaams Green floor leader, betekenen de nieuwe afstandsregels dat er geen windmolens meer zullen zijn in Vlaanderen. “Zoek maar een plek op 750 meter afstand van verspreide bewoning. Brouns wil vergunningen voor industrie en defensie. Maar voor windenergie maakt hij de regels alleen maar strenger.”


