De broodnodige kapitaalinjectie van 80 tot 100 miljoen euro waar John Cockerill in Seraing naar uitkijkt om zijn waterstofdivisie te redden, lijkt er aan te komen. Dat meldt de zakenkrant L'Echo.
In het verleden haalde John Cockerill Hydrogen al 230 miljoen euro op bij verschillende investeerders, maar dat geld raakte snel op. De kapitaalproblemen van de waterstofdivisie van de industriële groep roepen ook vragen op bij Belgische politici, aangezien zowel de federale als de Waalse regering vorig jaar in de waterstoftak van Cockerill stapten.
Pionier met problemen
Hoeveel de overheid ongeveer een jaar geleden investeerde in de kapitaalronde, maakte John Cockerill niet bekend. Destijds sprak de federale participatie- en investeringsmaatschappij SFPIM over een “strategische investering” die “de positie van België in de wereldwijde waterstofeconomie onderstreept” en “de wereldwijde decarbonisatie van de industrie”.”
Met het opgehaalde geld wilde John Cockerill Hydrogen zijn productiecapaciteit van alkaline-elektrolyser uitbreiden via “megafabrieken op strategische locaties”. Het bedrijf werkte aan productielocaties in onder andere de Verenigde Staten, India en de Verenigde Arabische Emiraten en bestudeerde ook investeringen in Marokko en Vietnam.
Het tweehonderdjarige bedrijf, een voormalige staalgigant, werd tien jaar geleden pionier op het gebied van groene waterstof. De vestiging in Seraing produceert onder andere alkaline elektrolyses, waarmee groene waterstof tegen lage kosten en op grote schaal kan worden geproduceerd. John Cockerill Hydrogen beschouwt zichzelf als wereldleider en heeft wereldwijd al 1.300 elektrolysers geleverd.
Extra geld van SFPIM en WE?
Toch lijkt niet alles van een leien dakje te gaan voor de groep, want L'Echo meldt dat Cockerill dringend op zoek is naar 80 tot 100 miljoen euro extra voor de waterstofdivisie, waarbij hij stelt dat “zonder nieuwe fondsen de voortzetting van de activiteiten in gevaar komt”.”
Volgens L'Echo zouden zowel SFPIM en haar regionale tegenhanger, Wallonie Entreprendre (WE), als de Frans-Amerikaanse olie- en gasgroep SLB bereid zijn om nieuw geld in de divisie te steken, in de vorm van een nieuwe lening, een groter belang of gewoon als investering.
Binnen de Waalse regering houden ambtenaren voorlopig hun mond en ook het bedrijf zelf is bijzonder spaarzaam met informatie. De vakbonden vrezen echter een mogelijke herstructurering als de herfinanciering uitblijft.


