Slechts één op acht Belgische bedrijven haalt de regionale doelstellingen voor duurzaam woon-werkverkeer van zijn personeel. Dat blijkt uit de eerste mobiliteitsindex van Securex, een HR-dienstverlener, en Vias, het kennisinstituut voor mobiliteit en verkeersveiligheid. Over het algemeen scoren Brusselse bedrijven het best, Vlaamse bedrijven gemiddeld en Waalse bedrijven blijven achter.
Securex berekende de mobiliteitsindex voor 19.626 bedrijven, die samen 207.184 werknemers tewerkstellen, en uiteindelijk haalde slechts één op acht de regionale doelstellingen, met een score van 10 of meer.
Gemiddelde score is 3,73 uit 10
De gemiddelde indexscore in België is 3,73. Vlaamse bedrijven zitten met 3,7 rond het gemiddelde. Brusselse bedrijven scoren het beste, met een gemiddelde van 5,05, terwijl Waalse bedrijven achterblijven met een gemiddelde van 3,2.
Driekwart van de Belgische bedrijven (77%) scoort minder dan 5. In Vlaanderen bedraagt dit cijfer 76,4% en in Wallonië scoort meer dan 82% van de bedrijven lager dan 5. Brussel doet het beter, maar ook daar scoort meer dan de helft van de bedrijven (57,9%) minder dan 5.
Over het algemeen scoren bedrijven in en rond gebieden met een hoge urbanisatiegraad beter. Brussel scoort opnieuw het hoogst, met Sint-Gillis (6,42), Etterbeek (6,16) en de stad Brussel (5,83). In Vlaanderen bijvoorbeeld scoren de steden Oostende (5,84), Gent (5,53) en Antwerpen (5,42) het hoogst.
De toonaangevende steden in Wallonië zijn Namen (4,37) en Verviers (4,26). Deze hogere scores kunnen voornamelijk worden verklaard door een betere fietsinfrastructuur en/of de dichtheid van het openbaarvervoernetwerk.
Het wagenpark groener maken blijft een uitdaging voor alle regio's
De verschillen tussen de gebieden tonen aan hoe belangrijk het is om in de juiste infrastructuur te investeren. Fietsen, openbaar vervoer, het groener maken van het wagenpark en het verminderen van verplaatsingen blijven de meest kritieke verbeterpunten, benadrukt Securex.
De toegankelijkheid en dichtheid van het openbaarvervoernetwerk in Brussel, bijvoorbeeld, vertaalt zich in een enorm gebruik: bijna een kwart (23,4%) van de verplaatsingen in een gemiddeld bedrijf in Brussel gebeurt met het openbaar vervoer. In Vlaamse en Waalse bedrijven ligt het gemiddelde veel lager, op respectievelijk 2,8% en 2,5%.
Vlaanderen onderscheidt zich daarentegen positief op het vlak van fietsen. In een typisch Vlaams bedrijf wordt 10% van het woon-werkverkeer met de fiets afgelegd, meer dan twee keer zoveel als in Brussel (4,1%) en bijna zeven keer zoveel als in Wallonië (1,5%).
Het blijft echter een uitdaging voor alle regio's om het wagenpark groener te maken. Hoewel er meer elektrische bedrijfswagens worden aangeschaft, blijft het aandeel ritten met verbrandingsmotoren hoog.
In een typisch Belgisch bedrijf wordt 13,9% van het woon-werkverkeer met de bedrijfswagen afgelegd. 62,6% van deze verplaatsingen gebeuren nog steeds met een verbrandingsmotor, tegenover 13,3% met volledig EV en 24,1% met hybride voertuigen.
‘Overheidsinvesteringen in geschikte infrastructuur zijn een eerste vereiste’
“Om hun score te verbeteren, kunnen bedrijven focussen op elektrificatie, overschakelen op duurzame transportmiddelen (modal shift) of het aantal verplaatsingen verminderen”, zegt Sien Van Overloop, onderzoeksassistent bij Securex.
“Deze drie pijlers zijn even belangrijk en kunnen worden aangepast aan de specifieke context van elk bedrijf. Overheidsinvesteringen in de juiste infrastructuur zijn echter een absolute voorwaarde voor succes: bedrijven kunnen het niet alleen.”
De mobiliteitsindex, die een jaar geleden werd geïntroduceerd met de hulp van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit, berekent een mobiliteitsscore op basis van de CO2-uitstoot tijdens de hele levenscyclus van verschillende transportmodi. Hierbij wordt rekening gehouden met emissies veroorzaakt door productie, gebruik, verwerking of recyclage aan het einde van de levenscycli.
Voor deze CO2-berekening zijn internationaal erkende wetenschappelijke bronnen gebruikt, gekoppeld aan een door Vias gevalideerd rekenmodel. De onderliggende CO2-waarden worden vervolgens omgezet in een score, met 10 als streefwaarde.
Woon-werkverkeer is goed voor ongeveer een derde van de verplaatsingen tijdens de ochtendspits en draagt bij tot 40% van alle verkeersdoden in België.



