België legt een waterstofsnelweg aan, maar klanten bijten niet toe

De nieuwe waterstofpijpleiding van 48 kilometer die de Belgische gasnetbeheerder Fluxys aanlegt tussen de industrieclusters van de havens van Antwerpen (Kallo) en Gent (Zelzate), gaat een moeilijke periode tegemoet.

Volgens de zakelijke kranten De Tijd en L’Echo zijn er nog geen bindende contracten met klanten gesloten.

Het pijpleidingnetwerk is bedoeld om de overgang van aardgas naar waterstof te vergemakkelijken – en daarmee vrachtwagens van de weg te halen – maar voorlopig nemen klanten een afwachtende houding aan, omdat ze nog niet weten wat het gebruik van de pijpleidingen hen gaat kosten.

Tegelijkertijd komt de bredere Europese markt voor groene waterstof gewoonweg langzamer op gang dan verwacht.

Bouwvergunning opgeschort

Fluxys zit namelijk in een lastig parket wat betreft het ondergrondse infrastructuurnetwerk dat de Vlaamse zeehavens met elkaar verbindt: enerzijds komt de markt maar niet van de grond; anderzijds blijkt het project duurder uit te vallen dan gepland.

Zo zijn de werkzaamheden aan de nieuwe waterstofpijpleiding, waarbij de tracé van de Kallo-Zelzate-pijpleiding langs de E34 en een bestaande aardgaspijpleiding moet worden aangelegd, voor langere tijd stilgelegd.

In april 2025 heeft de Raad voor Vergunningengeschillen de bouwvergunning opgeschort omdat sommige fruittelers vreesden voor schade aan hun gewassen. Dit kwam doordat er onvoldoende onderzoek was gedaan om vast te stellen of lozingen uit de grondwaterafvoer schadelijke gevolgen zouden hebben voor het oppervlaktewater en een plaatselijke beek.

Door die vertraging heeft Fluxys de deadline gemist voor het aanvragen van een Europese lening van 80 miljoen euro, zo schrijft De Tijd/L’Echo. En vorig jaar liep Fluxys ook een federale subsidie van 250 miljoen euro mis.

Klanten zijn terughoudend

Het logische gevolg van deze verlaagde subsidies is dat een groter deel van de investeringskosten via de vervoerstarieven aan toekomstige gebruikers zal worden doorberekend. Maar voorlopig houden die klanten zich nog wat terughoudend, juist omdat de markt nog niet op gang komt en er nog onvoldoende duidelijkheid is over het tariefbeleid.

De meeste bedrijfsplannen op het gebied van groene waterstof lopen vaak al snel op niets uit, deels omdat ze te duur blijken te zijn. Kortom: de waterstofmarkt heeft een groot potentieel, maar blijft zeer onzeker en sterk afhankelijk van overheidssubsidies.

Daarnaast zijn er de hoge technologische kosten en de infrastructuur die moet worden aangelegd (waterstof kan bepaalde staalsoorten aantasten, waardoor ze broos worden; daarom moeten er in sommige gevallen nieuwe, gespecialiseerde waterstofleidingen worden aangelegd in plaats van bestaande gasleidingen te hergebruiken).

Daardoor zijn klanten niet bereid contracten te ondertekenen zolang er geen garantie is voor een toereikende aanvoer van goedkope waterstof. Als er in de beginjaren maar heel weinig gas door de pijpleidingen stroomt, zijn de transporttarieven per eenheid doorgaans torenhoog, of moeten de overheid of de netbeheerder het verlies opvangen via subsidies of door de kosten te spreiden over andere netgebruikers.

Energiedeskundigen wijzen er bovendien op dat waterstof op dit moment nog schaars en duur is.

Knooppunt voor invoer en doorvoer

Verschillende Europese landen richten zich op de aanleg van een nationaal waterstofnetwerk om hun zware industrie duurzamer te maken. Fluxys legt bij deze inspanningen sterk de nadruk op de havens van Antwerpen-Brugge en Gent.

Van daaruit zal waterstof – of derivaten daarvan, zoals groene ammoniak – via pijpleidingen niet alleen naar de Belgische industrie worden getransporteerd, maar ook naar Nederland en het Duitse achterland.

Fluxys streeft er dan ook naar om een knooppunt te worden – en België een land voor import en doorvoer – mede omdat België, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland en Duitsland, niet beschikt over ondergrondse zoutcavernes voor grootschalige opslag, wat essentieel is om schommelingen in wind- en zonne-energie op te vangen.

Maar net als in België zien we ook in die landen dat eindgebruikers terughoudend zijn vanwege de hoge prijzen van groene waterstof – die is nog steeds 3 tot zelfs 5 keer zo duur als fossiele brandstoffen.

Spanje en Portugal zijn de goedkoopste locaties in Europa om groene waterstof te produceren, en het H2Med-project heeft tot doel ervoor te zorgen dat deze goedkope waterstof de Noord-Europese industrie bereikt.

Die pijpleiding onder de Middellandse Zee naar Marseille zal naar verwachting in 2030 in gebruik worden genomen en zal jaarlijks 2 miljoen metrische ton groene waterstof vervoeren.

Dat project heeft echter ook twee jaar vertraging opgelopen en zal naar verwachting voorzien in 10% van de door de EU geraamde totale vraag.

Een andere factor die in België een rol speelt, is dat veel Belgische bedrijven kiezen voor industriële warmtepompen, elektrische ketels of batterijen in plaats van waterstof. Daardoor blijft waterstof alleen over voor sectoren waar geen elektrische alternatieven bestaan, zoals de zware chemische industrie en de staalproductie.

Misschien vind je dit ook leuk

Maak een gratis account aan of log in.

Krijg toegang om dit artikel te lezen, plus beperkte gratis inhoud.

Ja! Ik wil graag nieuwe inhoud en updates ontvangen.