De leden van de grootste Belgische spoorwegvakbonden hebben het ontwerpakkoord over een gemoderniseerd statuut voor spoorwegpersoneel verworpen dat de vakbonden aanvankelijk waren overeengekomen met minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés).
Volgens de spoorwegvakbonden komt er waarschijnlijk geen nieuwe onderhandelingsronde en is de minister nu vrij om te doen wat hij wil.
Concreet betekent dit dat hij de contractuele werving zal kunnen veranderen, waarbij spoorwegpersoneel in de toekomst zal worden aangeworven op basis van arbeidscontracten, zoals in de particuliere sector, in plaats van onder de meer beschermende status van statutair personeel, vergelijkbaar met die van ambtenaren.
Een grote meerderheid stemde tegen
In mei hadden de vakbondsleden al een eerder akkoord verworpen. Een belangrijk knelpunt was toen de rol van HR Rail als juridisch werkgever. In het ontwerpakkoord stond dat NMBS en Infrabel de juridische werkgevers zouden worden. Het personeel vreesde dat dit zou leiden tot verschillende statuten.
In het nieuwe ontwerp bleef HR Rail de wettelijke werkgever van spoorwegpersoneel. Het voorzag ook in het behoud van de wettelijke aanwerving voor verschillende spoorwegberoepen.
Ondanks de wijzigingen in het nieuwe akkoord stemde een grote meerderheid van de grootste vakbonden tegen. Zo stemde 79% van de leden van ACOD Spoor tegen, 74% van de leden van ACV Transcom en 93% van VSOA-Spoor.
Afbraak van de sociale structuur
Vooral de kwestie van flexibiliteit, waarbij spoorwegpersoneel vanaf 2028 niet meer onder het wettelijke personeelsregime maar onder een arbeidscontract zou worden aangeworven, bleek moeilijk. De eerste biedt meer werkzekerheid, omdat het moeilijk is om werknemers te ontslaan, en specifieke pensioenrechten.
In de ontwerpovereenkomst hebben zowel NMBS als Infrabel, de beheerder van de spoorweginfrastructuur, zich ertoe verbonden om 60% aanwervingen onder het wettelijke regime te behouden, maar in ruil daarvoor eisten ze meer flexibiliteit van het personeel.
Dit betekende onder andere dat het management een vertrekregeling voor statutair personeel kon activeren in geval van economische overmacht.
Andere regeringsmaatregelen die niet rechtstreeks verband houden met het ontwerpakkoord, zoals de pensioenen (die apart worden besproken met minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA)) en het begrotingsdebat, speelden volgens de vakbonden ook een rol in de beslissing.

Contractuele aanwervingen vanaf 2028
“We kunnen niet aanvaarden dat fundamentele zekerheden verdwijnen zonder enige garantie voor de toekomst,” reageert Werner Baetsleer, voorzitter van VSOA-Spoor. “Wat hier op tafel ligt, ondermijnt het bestaande statuut en brengt de werkzekerheid van duizenden spoorwegarbeiders in gevaar.”
Koen De Mey, voorzitter van ACV Transcom, wijst op de gevolgen van de afwijzing: contractuele aanwerving wordt ingevoerd vanaf 2028. “Er komt waarschijnlijk geen derde ronde. De minister is nu vrij om te doen wat hij wil. We hopen dat hij in ieder geval een deel van het akkoord zal honoreren.”


