Volgens een recent onderzoek van het Belgische verkeersveiligheidsinstituut Vias, er is echt sprake van een “affectieve polarisatie” in het verkeer ─ negatieve gevoelens en vijandigheid ─ tussen verschillende groepen weggebruikers.
PMensen beoordelen hun eigen groep duidelijk positiever dan andere groepen, met bijzonder negatieve gevoelens ten opzichte van e-scooters en fietsers. In een stedelijke context worden deze spanningen nog groter, vooral tussen automobilisten, fietsers en voetgangers.
Het onderzoek is gebaseerd op drie theoretische kaders: sociale identiteitstheorie (in-group/out-group-denken), attributietheorie (het toeschrijven van oorzaken aan verkeersgedrag) en persoonlijkheidstheorie (gebaseerd op het Big Five-model).
De centrale onderzoeksvragen zijn: 1) In hoeverre ervaren Belgische weggebruikers affectieve polarisatie? 2) En welke sociaalpsychologische en contextuele factoren verklaren deze polarisatie?
Geen extreme emotionele afstand
De bevindingen tonen aan dat affectieve polarisatie een realiteit is op de Belgische wegen. De gemiddelde polarisatiescore op de gevoelsthermometer bedraagt 44,8, wat wijst op een merkbare maar niet extreme emotionele afstand tussen weggebruikers.
Gebruikers van e-scooters en (recreatieve) wielrenners roepen de meest negatieve gevoelens op, terwijl gebruikers van e-scooters zelf aangeven weinig spanning te ervaren met andere groepen. Voetgangers en buschauffeurs krijgen de meest positieve beoordelingen.
In elke transportgroep beoordelen respondenten hun eigen groep consequent gunstiger, wat een duidelijke voorkeur voor de eigen groep en een grotere tolerantie voor de eigen groep bevestigt.
Stedelijke gebieden lijken een versterkende factor te zijn: in steden beoordelen automobilisten en fietsers elkaar negatiever dan in landelijke gebieden. Voetgangers zijn ook meer gepolariseerd ten opzichte van fietsers, scooterrijders en automobilisten.
In-groep/uit-groep denken
Regressieanalyses wijzen uit dat een sterke identificatie met de eigen groep gepaard gaat met positievere gevoelens ten opzichte van die groep. Dit effect is significant voor alle vervoerswijzen en onderstreept de rol van in-group/out-group-denken en tolerantie voor de eigen groep.
Sociale categorisering levert een gemengd beeld op: het versterkt de affectieve polarisatie ten opzichte van fietsers, maar vermindert deze ten opzichte van automobilisten, gebruikers van e-scooters en motorrijders.
Interne toewijzingen – het gedrag van anderen verklaren in termen van persoonlijke eigenschappen in plaats van situationele factoren – houdt verband met een grotere polarisatie ten opzichte van fietsers en gebruikers van e-scooters, maar niet ten opzichte van andere groepen.
Psychologische processen
De studie concludeert dat affectieve polarisatie in het verkeer diep geworteld is in psychologische processen. Beleidsmaatregelen die een accurate perceptie bevorderen, groepsdenken verminderen en empathie onder weggebruikers stimuleren, kunnen bijdragen aan een constructiever en veiliger verkeersklimaat.
Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst die in december 2024 door 2.905 Belgische weggebruikers werd ingevuld, waarbij gebruik werd gemaakt van een op quota gebaseerde online steekproef. De respondenten werden ingedeeld op basis van het vervoermiddel dat zij het vaakst gebruikten.
De vragenlijst omvatte sociodemografische variabelen en metingen van sociale identiteit, attributies, persoonlijkheid, attitudes en sociale wenselijkheid. Affectieve polarisatie ten opzichte van andere groepen weggebruikers werd beoordeeld met behulp van een gevoelsthermometer (0-100) om de emotionele afstand tussen groepen te kwantificeren.
Er zijn al veel soortgelijke studies uitgevoerd in de landen om ons heen, en ze laten zien dat België geen uitzondering is, maar eerder representatief voor bredere Europese trends.
In veel landen bestaan er spanningen tussen verschillende weggebruikers. De omvang en aard van deze spanningen variëren echter aanzienlijk van land tot land, afhankelijk van de infrastructuur, de modal mix, de regelgeving en de cultuur.


