Na een maandenlang conflict heeft de Vlaamse minister van Mobiliteit en Havens, Annick De Ridder (N-VA), een akkoord bereikt met de loodsen over de pensioenhervorming. Het akkoord moet nog verder worden uitgewerkt in de bevoegde overlegorganen.
De aanhoudende staking van de loodsdiensten had enorme gevolgen voor het scheepvaartverkeer. Op het hoogtepunt lagen meer dan 150 schepen voor anker voor de havens van Antwerpen, Gent en Zeebrugge, en nog eens tientallen op de Noordzee. De wachttijden voor schepen bedroegen soms meer dan vier dagen.
Langdurige impasse
De pilotencoalitie – bestaande uit de drie verschillende pilotenverenigingen (BVL, OVL, en AVK) en de drie vakbonden (ACOD, ACV Transom en VSOA) – voerde sinds half juni met tussenpozen en in golven werk-naar-de-regels-acties uit, waarbij ze alleen tijdens kantooruren werkten en ’s nachts niet uitvaren.
Ze hebben deze acties ondernomen uit ontevredenheid over de pensioenhervorming en de situatie van de loodsen – Vlaamse ambtenaren die in de maritieme sector werkzaam zijn. Volgens de voorgestelde maatregelen zou een jonge zee- of rivierloods 45% minder pensioenuitkering ontvangen dan een oudere loods.
De BvL wees er ook op dat het salaris van een piloot bestaat uit een basissalaris en piloottoeslagen, waarover zowel belastingen als sociale premies worden afgedragen, terwijl pensioenrechten voornamelijk worden opgebouwd op basis van het basissalaris. Volgens de vereniging zou dit het pensioen kunnen terugbrengen tot ongeveer 25% van het eindsalaris, wat aanzienlijk minder is dan de verhouding die zij als normaal beschouwen voor werknemers.
Deze piloten waren ook ontstemd over het feit dat de tweede pijler van hun pensioen niet op dezelfde manier werd behandeld als de tweede pijler voor werknemers in loondienst in andere stelsels.
Maar de langdurige impasse tussen de loodsen en de minister was ook het gevolg van ontevredenheid over de mogelijke oprichting van een particuliere loodsdienst. Een dergelijke dienst zou in de toekomst naast de publieke sector kunnen opereren. Een andere bron van ontevredenheid: een chronisch tekort aan personeel.
De trots van Antwerpen werd aan diggelen geslagen
Als gevolg daarvan riepen de vakbonden hun loodsen op om de maximale rustperiode op te nemen. Al deze maatregelen leidden tot lange wachttijden, waarbij er soms wel 150 tot 200 schepen tegelijk in de rij stonden te wachten. Schepen kozen zelfs voor uitwijkhavens in het buitenland, zoals Duinkerken en Vlissingen, of voeren de Vlaamse havens voorbij.
Schepen mogen de havens van Antwerpen of Gent niet zomaar binnenvaren zonder loods. De monding van de Schelde, de kustwateren en de kanaalroutes vereisen gespecialiseerde lokale navigatie. Daardoor vormen loodsen een relatief kleine, maar strategisch zeer invloedrijke beroepsgroep.
Het logische gevolg: chaos op de terminals, annuleringen van transportopdrachten en aanzienlijke reputatieschade, met name voor de Haven van Antwerpen-Brugge – iets wat minister De Ridder, gezien haar achtergrond – waaronder functies als directeur bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, bij Katoen Natie en als wethouder voor de haven.

De-escalatie via onderhandelingen
Maar nu is er eindelijk een akkoord bereikt, en de minister reageerde opgelucht op X. “Ik ben blij dat we een akkoord hebben bereikt met de piloten van de BvL. Ik ben opgelucht dat de diensten naar onze havens weer kunnen worden hervat, en we werken nu aan de verdere uitvoering van het akkoord binnen de relevante overlegorganen.”
De precieze voorwaarden van de nieuwe overeenkomst zijn nog niet bekend. De specifieke details moeten nog worden uitgewerkt binnen de desbetreffende overlegorganen. Het is daarom onduidelijk of zij naast de federale regelgeving nog verdere concessies hebben gekregen.
De specifieke overeenkomst tussen minister De Ridder en de pilotenvakbonden betreft een aanvullende, sectorspecifieke regeling, naast of in aanvulling op wat de federale pensioenhervorming reeds voorschrijft.
Het is dan ook aannemelijk dat de minister binnen haar eigen bevoegdheidsgebieden toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot personeelsbezetting, werkdruk, beloning en aanvullende regelingen. Op federaal niveau vallen pensioenen onder de bevoegdheid van Jan Jambon, een partijgenoot van De Ridder, wat de situatie voor haar bemoeilijkte.
Toch lijkt dit eerder een via onderhandelingen bereikte de-escalatie te zijn dan het definitieve einde van het conflict. De kwestie van de federale pensioenwetgeving blijft onopgelost, en de herhaalde verstoringen hebben het debat over minimale dienstverleningsniveaus, hervormingen of zelfs particuliere alternatieven opnieuw aangewakkerd.


