Biodiversiteit In de Belgische kustwateren is de samenstelling van de visstand de afgelopen decennia ingrijpend veranderd als gevolg van de opwarming van de aarde. Typische koudwatersoorten, zoals de bruine garnaal, grondels en haring/sprot, komen nu veel minder voor, terwijl warmwatersoorten (zoals de giftige kleine wobber) en kamkwallen het uitstekend doen.
Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door bioloog Ward Stellamans (KU Leuven) in samenwerking met het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).
Stekende wobbervis
Vroeger waren er in de ondiepe kustwateren volop bruine garnalen te vinden; tegenwoordig wemelt het er van de kleine pijlstaartvissen, exotische soorten en kwallen. Wie vandaag in het ondiepe water langs onze kust waadt, doet er goed aan voorzichtig te zijn, aangezien de giftige kleine pijlstaartvis veel vaker in de kustwateren voorkomt dan 30 jaar geleden. Volgens Stellamans is de fauna op het strand drastisch veranderd.
Met andere woorden: de ondiepe surfzone van België, de zogenaamde “kweekplaats van de zee” tussen de waterlijn en water dat ongeveer heupdiep is, verandert sneller en zichtbaarder dan de open zee.
“Verschillende soorten gebruiken deze zone om te groeien,” legt Jan Seys van het VLIZ uit aan HLN en VTM. “Maar juist daar staat het ecosysteem onder druk door toerisme, kustontwikkeling en klimaatverandering.”
Vergelijking
Elf jaar lang heeft het onderzoeksteam gegevens verzameld langs de kust. Vier keer per jaar sleepten vrijwilligers sleepnetten door het ondiepe water om te zien welke organismen ze zouden aantreffen.
Hun bevindingen werden vergeleken met historische gegevens uit 1996 en 1997, verzameld door onderzoekster Bregje Beyst (Universiteit Gent). De resultaten waren spectaculair, aldus Jan Seys van het VLIZ.
Verarmde zee
Vooral koudwatervissoorten krijgen het zwaar te verduren. Zo is de populatie grijze garnalen met minstens 78 procent afgenomen. De vangsten van zeebaars en schol blijven voorlopig stabiel, terwijl bij andere soorten een opvallende stijging te zien is.
De kleine steekvis komt tegenwoordig zelfs 24 keer vaker voor dan eind jaren negentig. Daarnaast zijn er ook twee nieuwe soorten opgedoken: de Amerikaanse kamkwallen en de Atlantische grijze zwemkrab.
De conclusie is dat de zee armer en warmer is geworden en dat er nu veel meer kamkwallen in voorkomen dan vroeger. Deze zijn niet gevaarlijk voor mensen, maar ze eten enorme hoeveelheden plankton, wat kan leiden tot een minder productieve zee.
Warmer zeewater
Ook de temperatuur van het strandwater baart zorgen. Onlangs werd een temperatuur van 23,4 graden gemeten, wat buitengewoon warm is. “”Soorten die hier verdwijnen, trekken mogelijk naar diepere, koelere wateren."
In een eerdere samenvatting van LifeWatch/VLIZ werd al opgemerkt dat de Noordzee in de afgelopen halve eeuw met ongeveer +1,7 °C is opgewarmd, wat ruwweg twee keer zo veel is als het wereldwijde gemiddelde voor oceanen en zeeën.
Het Europees Milieuagentschap (EEA) plaatst de Belgische bevinding in een breder Europees kader: in de Noordzee en de Keltische Zeeën is het aandeel van vissoorten die de voorkeur geven aan warme wateren gestegen tot 64% van de totale soortensamenstelling, waarmee ze sinds het einde van de jaren tachtig de soorten die de voorkeur geven aan koud water hebben ingehaald, wat een positieve correlatie vertoont met de temperatuur van het zeeoppervlak.
De kalender van Sea
Wetenschappers hebben ook vastgesteld dat de ‘zeekalender’ is verschoven: sommige soorten verschijnen eerder of later dan vroeger, wat gevolgen heeft voor het kwetsbare evenwicht van het ecosysteem. Volgens de onderzoekers is verdere monitoring van cruciaal belang.
Klimaatverandering lijkt een belangrijke oorzaak te zijn van de opwarming van het zeewater en veranderingen in de fauna, maar het is niet de enige factor. Ook andere aspecten, zoals visserijdruk, veranderingen in het aantal roofdieren, bijvangst, strandopspuiting, baggerwerkzaamheden, haveninfrastructuur, nutriënten, verschuivingen in het plankton, toeristische druk en invasieve soorten, spelen een rol.


