De afbrokkeling van Europa's eens zo ambitieuze batterij-industrie heeft geleid tot een krachtige waarschuwing van twee van de meest vooraanstaande industriële leiders van het continent: doe het niet alleen, ga samenwerken met China of loop het risico nog verder achterop te raken.
De val van batterijfabrikant Northvolt heeft een vacuüm achtergelaten in Europa, omdat het zich wil aansluiten bij grote Chinese spelers en een gesloten bedrijfsmodel wil om zijn ambities op het gebied van elektrische mobiliteit te ondersteunen. Die droom is volledig in duigen gevallen volgens twee captains of industry die samen pleiten voor partnerschappen met Chinese bedrijven in plaats van een onafhankelijke batterijpijplijn te ontwikkelen.
Verlies je illusie
Bart Sap, de directeur van de Belgische batterijmaterialengigant Umicore, en Christel Bories, de vertrekkende voorzitter van de Franse mijnbouwgroep Eramet, hebben Europese beleidsmakers opgeroepen om de illusie te laten varen dat de EU een zelfvoorzienend batterij-ecosysteem kan opbouwen tegenover de dominantie van China.
In een gesprek met de Financial Times stelde Sap dat het moment is aangebroken om “China te omarmen om samen met ons in Europa te produceren”. Hij waarschuwde verder dat als we dit niet zouden doen, het continent voor zijn toekomst op het gebied van elektrische voertuigen gevaarlijk afhankelijk zou worden van buitenlandse mogendheden. Bories sloot zich hierbij aan en drong er bij Brussel op aan om “realistisch te zijn” over China's voorsprong en technologische voorsprong. Volgens haar liggen ze gewoon twee decennia voor.
Tegenwind
De opmerkingen komen op een moment dat Europa de ondergang probeert te verwerken van het eerder genoemde Northvolt, de Zweedse batterij start-up die ooit werd aangeprezen als de beste hoop van het continent op industriële autonomie. De mislukking van Northvolt heeft een lange schaduw geworpen over de inspanningen van de EU om controle te krijgen over een toeleveringsketen die steeds meer wordt bepaald door Chinese bedrijven zoals CATL en BYD. Samen nemen deze bedrijven meer dan de helft van de wereldwijde batterijmarkt voor hun rekening.
Miljarden aan EU-subsidies en strategische verklaringen hebben niet geleid tot een concurrerende batterijsector. Een volatiele markt voor elektrische voertuigen, een verschuivende consumentenvraag en de opkomst van goedkope lithium-ijzerfosfaatbatterijen (LFP) uit China hebben de crisis alleen maar verergerd.
In het licht van deze tegenwind pleiten Sap en Bories voor een pragmatische, sommigen misschien defaitistische, weg voorwaarts: nauwere samenwerking met Chinese fabrikanten. Ze stellen voor dat Europa ervoor moet zorgen dat inkomende Chinese investeringen bindende eisen bevatten voor lokale partnerschappen, kennisoverdracht en het creëren van Europese banen.
Europa: een montagebasis?
Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat dit de enige optie is. Julia Poliscanova, senior director bij Transport & Environment, waarschuwt dat veel Chinese bedrijven Europa behandelen als weinig meer dan een assemblagebasis. Ze wijst erop dat het hun strategie is om hun eigen werknemers mee te nemen en slechts een klein deel van de onderliggende technologie te delen. Zonder sterkere regelgeving, zei ze, dreigt Europa “een assemblagefabriek te worden in plaats van een technologisch centrum”.
Maar Europa komt tijd te kort. Uit de laatst beschikbare gegevens blijkt dat de Chinese import van batterijen in de regio is gestegen van 2,7 miljard euro in 2021 tot bijna 22 miljard euro in 2023. Ondertussen hebben Europese projecten, zoals ACC in Duitsland en Italië, te kampen met vertragingen of annuleringen en wordt de geopolitieke achtergrond steeds vijandiger.
Is er hoop op een alternatief scenario? Het EU-initiatief Battery Innovation en de Clean Industrial Deal zijn pogingen om de sector nieuw leven in te blazen. Bovendien gaan er steeds meer stemmen op om meer te investeren in recycling, verwerking van grondstoffen en onderzoek en ontwikkeling van eigen bodem. Critici waarschuwen echter dat zonder een meer coherente industriële strategie en echte politieke wil, deze inspanningen waarschijnlijk tekort zullen schieten.


