In Brussel winnen bus, metro, tram en trein weer aan belang na een terugval tijdens de Covid-19 pandemie. Niet alleen het aantal reizigers neemt proportioneel toe, ook het aantal verplaatsingen met het openbaar vervoer in de hoofdstad stijgt, volgens een recente enquête van Brussel Mobiliteit. Als we puur naar het marktaandeel kijken, heeft het openbaar vervoer in Brussel zelfs de auto ingehaald.
Uit de resultaten van de enquête blijkt dat in Brussel vorig jaar 31% van de verplaatsingen te voet werd afgelegd, 29% met de auto en 27% met de metro, tram en bus. Fietsen blijft steken op 9% van de verplaatsingen en de trein op 2%.
Als we daar echter het aandeel van 27% van de metro, tram en bus van de Brusselse openbare vervoersmaatschappij MIVB/STIB aan toevoegen, dat goed is voor 2% van de treinreizigers, is het aandeel van het openbaar vervoer in Brussel gelijk aan dat van de autoreizigers. De auto volgt dus een structureel dalende trend sinds 2010 (-9%), ondanks een stijging met 2% tussen 2022 en 2024.
Populair bij jongeren
Vooral tieners en twintigers maken gebruik van het openbaar vervoer. In de leeftijdsgroep 12-17 jaar wordt 49% van de reizen gemaakt met de metro, tram of bus, terwijl dit in de leeftijdscategorie 18-24 jaar 46% is, niet toevallig de categorie die een jaarkaart kan kopen voor €12. Het aandeel van het openbaar vervoer is het laagst in de leeftijdsgroepen 45-54 jaar (21%) en 55-64 jaar (22%).
Vergeleken met de studie van 2022 lijkt er een aanzienlijke toename te zijn van het openbaar vervoer. Toen was het aandeel 22%, in plaats van de 27% vandaag. “De trend is duidelijk”, zegt Laurent Vermeersch van MIVB/STIB. “De auto, die rond de eeuwwisseling nog goed was voor meer dan de helft van alle verplaatsingen, verliest aan belang ten voordele van actieve modi: openbaar vervoer, wandelen, fietsen en gedeelde mobiliteit.”
Wat gedeelde mobiliteit betreft, zijn 10% van de 6.000 respondenten geabonneerd op een autodeelsysteem (+5% vergeleken met 2022), 12% gebruiken gedeelde e-scooters (+4%), en 8% gebruiken gedeelde fietsen (ook +4%).

Verschillende factoren
Brieuc de Meeûs, CEO van MIVB/STIB, schrijft de stijging deels toe aan het resultaat van “grote investeringen door de regio in het openbaar vervoer”. “De reizigers vergissen zich niet. Als je de kwaliteit van het aanbod verbetert, zijn ze op de afspraak. Het aandeel van het openbaar vervoer is vandaag hoger dan voor Covid-19. Als we dit willen volhouden, moeten we blijven investeren.”
Een andere factor die ongetwijfeld een doorslaggevende rol heeft gespeeld, is telewerken: 54% van de werkende mensen werkt minstens een keer per week van thuis uit, en 28% werkt minstens drie dagen. Er is ook het effect van Good Move, het gewestelijk mobiliteitsplan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat tot doel heeft de leefomgeving en levenskwaliteit van de Brusselaars te verbeteren en duurzame en veilige mobiliteit te bevorderen.
Een ander niet te onderschatten element is dat het voor automobilisten momenteel geen pretje is om Brussel te bezoeken vanwege de vele wegenwerken. Van de Regentschapsstraat en het Zuiden tot de Haachtsesteenweg in Haren lijkt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op een grote bouwwerf, met meer dan 15 wegenwerken in uitvoering.
Het is echter ook een groot probleem voor zwakkere weggebruikers, omdat het niet altijd gemakkelijk is om je als fietser veilig door het verkeer op zo'n locatie te bewegen.


