Het Rekenhof, verantwoordelijk voor de externe controle van de budgettaire, boekhoudkundige en financiële verrichtingen van de Belgische overheden, heeft de Vlaamse plannen voor hernieuwbare energie geëvalueerd.
De instelling onderzocht ook de financiële steun voor hernieuwbare energie. Tussen 2014 en 2023 werd in Vlaanderen bijna 13 miljard euro aan steun voor hernieuwbare energie toegekend.
En 11,2 miljard daarvan werd door de netbeheerders en elektriciteitsleveranciers doorgesluisd naar de rest van de elektriciteitsverbruikers, d.w.z. huishoudens en bedrijven. Van die totale steun kwam slechts 1,8 miljard euro, of 13%, uit de Vlaamse begroting.
Het Rekenhof stelt ook dat het “onzeker” is of deze plannen “voldoende ambitieus zijn om België in staat te stellen aan de Europese verwachtingen te voldoen”. Het stelt ook de ambitie van Vlaanderen op het vlak van windenergie in vraag.
Speciale inspanning vereist voor windenergie
De EU streeft naar 45% hernieuwbare energie tegen 2030. In de plannen van België - de eerste voldeden niet aan de eisen van de Europese Commissie, en het valt nog af te wachten of de cijfers van het onlangs voltooide Nationale Energie- en Klimaatplan zullen volstaan - heeft Vlaanderen zich geëngageerd om 34.259 GWh hernieuwbare energie te produceren tegen 2030. Dat is nauwelijks meer dan het Waalse Gewest, met 33.472 GWh.
Maar volgens het Rekenhof is het ronduit “onzeker of de intenties van de Vlaamse regering in het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2025 voldoende ambitieus zijn om België in staat te stellen aan de Europese verwachtingen te voldoen.”
In het nieuwe Plan verhoogt Vlaanderen zijn doelstelling voor hernieuwbare energieproductie met 54% ten opzichte van 2020, een jaar waarin België voor alle duidelijkheid zijn doelstelling van 13% hernieuwbare energie haalde.
Haalbaar doel
Volgens het Rekenhof is deze doelstelling “haalbaar”, maar voor windenergie zal “een bijzondere inspanning nodig zijn”. “De onvolledige uitvoering van het windplan maakt de realisatie van de beoogde toename van windturbines, en daarmee de toename van de windenergieproductie, onzeker”, aldus de Rekenkamer.
Lokale weerstand tegen nieuwe projecten, zoals milieubezwaren, en de complexiteit van vergunningsprocedures maken het bijvoorbeeld een uitdaging om het windplan snel uit te rollen.
Het Rekenhof ziet echter ook verschillende andere potentiële knelpunten. Over groene warmte: “collectieve warmtenetten en lokale warmteplannen zijn nog onvoldoende ontwikkeld.”

11 miljard euro voor groene stroom
Ook de financiële steun voor hernieuwbare energie werd onderzocht. Volgens het Rekenhof werd bijna 13 miljard euro steun toegekend in de periode 2014-2023. Hiervan ging bijna 11 miljard euro naar groene stroom, met name naar het veelbesproken en sociaal ongelijke systeem van groenestroomcertificaten.
“Dit systeem was niet kostenefficiënt en leidde tot oversubsidiëring van bepaalde soorten hernieuwbare energie, vooral PV- of zonnepaneelinstallaties,” merkt de instelling op. De Vlaamse overheid heeft deze steun sindsdien afgebouwd, behalve voor windturbines.
Het Rekenhof merkt ook op dat er “relatief weinig steun” was voor groene warmte, “ook al gaat meer dan de helft van het Vlaamse energieverbruik naar warmte en is het potentieel voor groene warmte enorm”.”
Niet voldoende sociaal rechtvaardig
De Rekenkamer heeft ook berekend wie de 13 miljard euro aan subsidies heeft betaald. En het resultaat is opvallend. Zo werd 1,8 miljard euro opgenomen in de Vlaamse begroting. Maar het overgrote deel werd door de netbeheerders en elektriciteitsleveranciers doorgerekend aan de elektriciteitsverbruikers, vooral via hogere elektriciteitsfacturen.
Hierdoor betaalden gezinnen met een laag inkomen een proportioneel groter deel van hun budget voor elektriciteit. Grootverbruikers of rijke huishoudens met zonnepanelen konden daarentegen soms zelf royaal profiteren van de subsidies.
In antwoord op kritiek van de oppositie dat de Vlaamse regering de rekening voor het energiebeleid doorschuift naar de burgers, stelt regeringspartij N-VA dat “hernieuwbare energie alleen interessant en goed voor de rekening is als het kosteneffectief en dus zonder steun kan worden gerealiseerd”.


