Het Europees Parlement heeft donderdag zijn steun uitgesproken voor een doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990, wat grotendeels overeenkomt met het eerder door de EU-lidstaten overeengekomen standpunt. 379 Europarlementariërs stemden voor, 248 tegen.
De doelstelling voor 2040 is nu wettelijk vastgelegd als een tussenstap op weg naar 2050, wanneer de EU klimaatneutraal wil zijn.
De lidstaten hebben vorige week ingestemd met het voorstel van de Europese Commissie, hoewel ze het aanzienlijk hebben afgezwakt. Wetgevers keurden een reeks compromismaatregelen goed, waaronder een bepaling die de EU vanaf 2036 toestaat om 5% van de doelstelling uit te besteden via internationale klimaatcertificaten of koolstofkredieten die worden gekocht van niet-EU-landen.
De Europese Commissie had aanvankelijk een limiet van 3% voorgesteld. Het Europees Parlement wil nu precies duidelijk maken wat deze CO2-credits zijn en hoe ze worden gecontroleerd.
Klimaatdoelstelling
Een andere door het parlement goedgekeurde vermindering is het uitstel van een zogenaamde CO2-belasting met één jaar, tot 2028. Dit betekent dat een extra belasting op benzine en energie voor bedrijven met een hoge uitstoot vanaf 2027 niet meer van toepassing zal zijn.
De vraag is welke gevolgen dit uitstel zal hebben voor het behalen van de klimaatdoelstelling voor 2030. Tegen die tijd moet de EU de uitstoot met 55 procent hebben verminderd.
Wetgevers riepen de Europese Commissie ook op om de voortgang van de tussentijdse klimaatdoelstellingen om de twee jaar te evalueren, rekening houdend met de meest recente wetenschappelijke gegevens, technologische ontwikkelingen en het mondiale concurrentievermogen van de EU.
De doelstelling kan worden verlaagd als blijkt dat het koolstofarm maken van de industrie te grote economische en sociale gevolgen zou hebben.


