CATL, 's werelds grootste fabrikant van autobatterijen, en autogigant Stellantis zijn begonnen met de bouw van een batterijfabriek in Figueruelas, nabij Zaragoza. De verwachte capaciteit van de LFP-batterijfabriek bedraagt maximaal 50 kWh, genoeg om jaarlijks tienduizenden elektrische voertuigen van batterijen te voorzien.
Voor CATL is dit de derde batterijfabriek in Europa, na eerdere installaties in Duitsland en Hongarije. De fabriek, die naar verwachting eind 2026 met de productie zal starten, zal naar verwachting tot 4.000 banen opleveren. Het project omvat een investering van 4,1 miljard euro.
Geen kobalt of nikkel
De eerste steen werd woensdag gelegd, vlakbij de bestaande autofabriek van Stellantis. Het project omvat een nieuwe fabriek voor lithium-ijzer-fosfaat (LFP) batterijen, die volledig CO2-neutraal zal zijn.
Ongeveer 2.000 Chinese arbeiders zullen deelnemen aan de bouw van de fabriek, gevolgd door de werving en opleiding van 3.000 Spaanse werknemers, meldde Reuters op basis van informatie van vakbondsvertegenwoordigers.
Met deze fabriek wil Stellantis – de groep achter merken als Peugeot, Citroën, Opel, Chrysler, Fiat, Alfa Romeo en Maserati – zijn ‘dual-chemistry’-batterijstrategie versterken: zowel goedkopere LFP-batterijen, voor modellen in de B- en C-segmenten, als ‘klassieke’ batterijtechnologieën kunnen worden gebruikt, waardoor EV's betaalbaar en haalbaar blijven.
Met andere woorden, het heeft lagere kosten maar een goede duurzaamheid, omdat LFP-technologie geen kobalt of nikkel gebruikt, wat resulteert in minder milieubelasting tijdens de winning en recycling. De winning van grondstoffen en de toeleveringsketen blijven echter milieukritisch.

Batterijhub voor de EU
Spanje, na Duitsland de grootste autofabrikant van Europa met 2,3 tot 2,4 miljoen voertuigen per jaar, ontwikkelt zich in hoog tempo tot een cruciale ‘batterijhub’ voor de EV-industrie van de EU. Zo investeert de Volkswagen Group ongeveer 10 miljard euro in de bouw van een grote batterijfabriek in Sagunto (nabij Valencia), met een geplande capaciteit van 40 GWh.
Er zijn ook plannen voor andere fabrieken, zoals Envision AESC in Navalmoral de la Mata (Cáceres) en Basquevolt in de buurt van Vitoria-Gasteiz (Baskenland). Tegelijkertijd wil het Slowaakse batterijtechnologiebedrijf InoBat een gigafabriek bouwen in Valladolid.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Spanje, samen met Frankrijk, aandringt op strikte handhaving van het EU-verbod op nieuwe verbrandingsmotoren vanaf 2035.
EU versus China
De EU investeert ook 300 miljoen euro in de fabriek in Figueruelas, in het noordoosten van Spanje, juist om haar afhankelijkheid van Aziatische leveranciers te verminderen en e-mobiliteit verder te bevorderen. Tegelijkertijd krijgt zij ook toegang tot kennis over de technologie, iets waar Spanje eigenlijk een tekort aan heeft.
Het is echter CATL, of Contemporary Amperex Technology Co. Ltd., dat hier het meest van zal profiteren. De EU blijft immers sterk afhankelijk van de Chinese toeleveringsketen, met name voor grondstoffen zoals lithium.
Tegelijkertijd legt de EU steeds vaker antidumping- en antisubsidie-maatregelen op aan Chinese producten. Door in Europa te produceren, kan CATL EU-invoerrechten vermijden en zijn batterijen als ‘EU-made’ labelen, wat gunstiger is voor subsidies en aanbestedingen.
CATL produceert een derde van alle autobatterijen wereldwijd. Het bedrijf levert onder andere aan Tesla, Mercedes-Benz, Volkswagen en Toyota. De batterijfabrikant heeft 100.000 werknemers verspreid over 13 fabrieken wereldwijd.


