De advocaten van TotalEnergies hebben op hun beurt hun argumenten naar voren gebracht in de zogenaamde ’Farmer-zaak‘, de rechtszaak die Hugues Falys, een biologische boer uit Henegouwen, tegen de Franse oliegigant heeft aangespannen. Falys stelt het energiebedrijf verantwoordelijk voor de klimaatverandering en daarmee voor de stormen en droogtes die een aanzienlijke impact hebben gehad op zijn bedrijf.
Volgens hen is een rechtszaak als deze “een contraproductieve actie die niet in verhouding staat tot wat er op het spel staat”. Ze zijn van mening dat het hele proces, de eerste klimaatzaak tegen een multinational in België, een militante actie is van Falys, die wordt gesteund door ngo's, met name Fian, Greenpeace en de Liga voor Mensenrechten, die hun visie willen opleggen.
Het is de schuld van het overheidsbeleid, niet van bedrijven
In hun pleidooi voerden de advocaten van TotalEnergies ook aan dat hun cliënt, die 2% van de olie- en gassector vertegenwoordigt, niet als enige verantwoordelijk mag worden gehouden voor een eeuwenoud energiesysteem. In reactie op het verzoek van Falys aan het energiebedrijf om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, antwoordden de advocaten: ’Dat zal zijn situatie of zijn eco-angst niet veranderen.’
De advocaten leggen de verantwoordelijkheid ook weer bij de regeringen, juist omdat ze het “zinloos” vinden om één enkel bedrijf in de oliesector de schuld te geven van de vermeende traagheid van de energietransitie. “Wat moet afnemen, zijn de wereldwijde vervuilende emissies, en staten spelen een centrale rol bij het verschuiven van de vraag naar een koolstofarm systeem.”
De verdediging benadrukte dat het overheidsbeleid consumenten naar specifieke apparatuur leidt die gas of olie gebruikt, en dat het daarom enigszins simplistisch is om energieproducenten de schuld te geven van vervuiling en opwarming van de aarde, ook al zien zij mogelijk de aanzienlijke invloed van lobbygroepen in hun sector over het hoofd.
“TotalEnergies verkoopt geen tractoren, auto's of boilers”, aldus het bedrijf, dat eraan toevoegde dat het een “ambitieuze en effectieve” strategie ontwikkelt, met name op het gebied van biobrandstoffen, om de Europese doelstelling van koolstofneutraliteit in 2050 te halen.
“Ook al spreekt de strategie van TotalEnergies ngo's niet aan, het bedrijf is al begonnen met een transitieplan en heeft sinds 2020 meer dan 20 miljard euro geïnvesteerd in koolstofarme energie.”
Ze benadrukken ook dat Falys niet uit is op schadevergoeding. ’Dit is een activistische rechtszaak. Dit is geen David tegen Goliath, maar TotalEnergies tegen een collectief onder leiding van ngo's, dat agressieve tactieken gebruikt om zijn visie op te leggen“, aldus Sébastien Champagne, een van de advocaten van het kantoor.
De kosten van klimaatverandering bedragen inmiddels $5 biljoen.
In de marge van het proces hebben de drie betrokken ngo's gisteren, op Internationale Mensenrechtendag, een groot symbolisch bord opgehangen buiten het gerechtsgebouw van Doornik. Volgens hen bedragen de kosten van de klimaatverandering al $ 5 biljoen, wat overeenkomt met 4,2 biljoen euro. De ngo's beweren dat deze kosten kunnen worden toegeschreven aan de uitstoot van broeikasgassen door vijf grote olie- en gasbedrijven, waaronder TotalEnergies.
Het wetsvoorstel somt zo'n 200 extreme weersomstandigheden op die zich sinds de goedkeuring van het Akkoord van Parijs bijna tien jaar geleden hebben voorgedaan. “Deze lijst laat zien wat TotalEnergies koste wat kost probeert te verbergen, namelijk zijn verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis en de gevolgen daarvan voor ons allemaal”, aldus Falys. “De lijst, die niet volledig is, bevat onder meer slachtoffers van de plotselinge overstromingen die België in 2021 troffen.”
Vervolg in januari
Bovendien is het proces hervat met een nieuwe voorzitter, Benoît Guévar. De vorige voorzitter, Yannick Ninane, die het proces had geopend, trok zich om persoonlijke redenen terug uit de zaak. De advocaten van de boer moesten daarom hun slotpleidooi herhalen.
In de ‘Farmer Case’ wil Falys TotalEnergies dwingen een geloofwaardig transitieplan aan te nemen en een investeringsstop op te leggen voor projecten op het gebied van fossiele brandstoffen. Naast een schadevergoeding van 130.000 euro eist hij een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 60% tegen 2030 en een vermindering van de olie- en gasproductie met 75% tegen 2040.
Het proces zal naar verwachting eind januari worden voortgezet. Het vonnis, waartegen beroep kan worden aangetekend, zal eind april worden uitgesproken. aldus


