Alle hoofdlijnen van het Belgische spoorwegnet, met een totale lengte van 6.399 km, zijn uitgerust met het ETCS-veiligheidssysteem. Dit systeem voor snelheidscontrole van treinen houdt continu de snelheid in de gaten en grijpt in wanneer een trein de maximumsnelheid overschrijdt.
De uitrol door spoorwegnetbeheerder Infrabel, waarbij meer dan 48.000 bakens in de sporen werden geïnstalleerd en meer dan 11.000 seinen werden uitgerust, kostte ongeveer 2,8 miljard euro. In principe zou een trein die door rood licht rijdt, of een treinramp zoals die in Buizingen, nu bijna onmogelijk zijn.
Aanzienlijke verbetering van de spoorwegveiligheid
Cruise control of het European Train Control System (ETCS) werkt alleen als de treinen met het systeem zijn uitgerust. Tegen het einde van dit jaar zal het volledige NMBS-treinpark met dit systeem zijn uitgerust.
De invoering van veiligheidssystemen op het spoor – eerst TBL1 en daarna ETCS – werd versneld na het treinongeluk in Buizingen op 15 februari 2010, waarbij 19 mensen om het leven kwamen en dat nog steeds wordt beschouwd als de dodelijkste ramp in de geschiedenis van de Belgische spoorwegen.
De geleidelijke invoering ervan heeft de spoorwegveiligheid al verbeterd, aldus Infrabel. In 2024 passeerden 51 treinen een rood sein, de helft minder dan in 2010. Het aantal potentieel gevaarlijke seinoverschrijdingen, bijvoorbeeld omdat de trein een ander spoor kruist, daalde in die periode van 51 naar 14.

Pionier in Europa
“Ik ben erg trots dat we deze historische mijlpaal hebben bereikt”, zegt Benoît Gilson, CEO van Infrabel. “ETCS biedt onze klanten, in combinatie met gedigitaliseerde treinverkeersbeheersystemen, het hoogste veiligheidsniveau en versterkt de positie van België als een van de best uitgeruste en dus veiligste spoorwegnetwerken in Europa.” Na het Groothertogdom Luxemburg is België nu het tweede Europese land dat zijn spoorwegnet volledig heeft uitgerust met ETCS.
Naast veiligheid streeft ETCS ook naar het bredere doel om de Europese spoorwegen te harmoniseren door alle exploitanten, zowel publieke als private, passagiers- en vrachtvervoerders, in staat te stellen uiteindelijk volgens dezelfde normen te werken, op voorwaarde dat de treinen zelf ermee zijn uitgerust.


