In Wallonië zijn er gemiddeld 32 secundaire ongevallen per jaar, met 57 slachtoffers, waaronder 3 doden. Een secundair ongeval doet zich voor wanneer andere weggebruikers in botsing komen met de plaats van een ongeval of met betrokken personen, zoals bestuurders die uit hun auto stappen, getuigen of hulpverleners.
Met een campagne wil het Waalse agentschap voor verkeersveiligheid (AWSR) weggebruikers waarschuwen voor het vaak onderschatte risico op secundaire ongevallen en hoe ze die kunnen vermijden.
Regels voor eerste hulp
Uit een enquête van het AWSR bij 1000 Walen blijkt dat veel bestuurders niet weten hoe ze moeten reageren na een ongeval. Volgens de eerstehulpregels moet je drie stappen volgen als je reageert op een verkeersongeval: zorg voor veiligheid, waarschuw de hulpdiensten en red de slachtoffers.
Het eerste wat je moet doen is stoppen op een veilige plek en je alarmlichten aanzetten. Doe vervolgens je fluorescerende vest aan, dat altijd binnen handbereik moet zijn, en plaats de gevarendriehoek ten minste 30 meter voor een ongeval op gewone wegen en ten minste 100 meter op snelwegen.
“Assisteren is vaak de eerste actie die wordt overwogen in dit soort situaties,” benadrukt het AWSR, “maar om het risico te vermijden dat de situatie verergert, is het essentieel om de locatie veilig te stellen voordat je ingrijpt.”
Benader vervolgens het slachtoffer, controleer op bewustzijn en ademhaling en bel 112 als er sprake is van letsel. Geef de exacte locatie, het aantal gewonden of slachtoffers en de ernst van de situatie door.
Verleen dan hulp, maar verplaats de gewonde niet tenzij er direct gevaar is, zoals brand, en houd het slachtoffer warm met een deken. Praat ook met de slachtoffers om ze gerust te stellen. Als ze ademhalingsmoeilijkheden hebben, maak dan hun kleding los en controleer of hun mond vrij is. Geef het slachtoffer nooit eten of drinken, zelfs niet als hij of zij erom vraagt.
Wanneer de omstandigheden het toelaten, raadt de politie ook aan om het contact van de betrokken voertuigen uit te schakelen en de wielen van de beschadigde auto's naar de kant van de weg te draaien door het stuurwiel te draaien. Dit gebaar vermindert het risico dat een auto in het verkeer wordt geslingerd als deze wordt geraakt.
Slechte zichtbaarheid speelt een doorslaggevende rol
Uit de enquête blijkt dat amper één op vier Walen (27%) op de hoogte is van deze prioriteiten. Bovendien weet slechts één op acht mensen (12%) hoe ver de gevarendriehoek geplaatst moet worden.
Bovendien, als de hulpdiensten al aanwezig zijn en je een ongeval passeert, heeft het geen zin om de weg te blokkeren door te stoppen. In dat geval kun je beter doorrijden en je aan de verkeersregels houden zonder afgeleid te worden door het ongeval. Maak ook geen foto's of video's van het ongeval om op sociale media te plaatsen uit respect voor de families van de slachtoffers.
Tot slot waarschuwt het AWSR dat slecht zicht, bijvoorbeeld door mist of vroeg invallende duisternis, een doorslaggevende rol speelt bij secundaire ongevallen, aangezien 1 op de 10 plaatsvindt in totale duisternis. En bijna 1 op de 20 slachtoffers van secundaire ongevallen zijn omstanders of voetgangers.
Bij een nieuwe botsing kan een ongevalvoertuig in de richting van mensen worden geslingerd die op zijn as staan. Daarom benadrukt de politie dat het belangrijk is om nooit voor de auto te gaan staan.


