Het onderdeel circulaire economie van Renault Group, The Future is NEUTRAL, begint aan een nieuw hoofdstuk net nu de autofabrikant zijn industriële voetafdruk in het recyclen van autowrakken versterkt.
Nu Grégoire de Franqueville op 1 maart 2026 het roer overneemt als CEO, geeft Renault aan dat circulariteit niet langer een nevenstrategie is, maar een industriële kernprioriteit die gekoppeld is aan concurrentievermogen, regelgeving en grondstoffenzekerheid.
Circulaire voertuigen industrialiseren
De overgang naar het nieuwe leiderschap komt op een cruciaal moment. The Future is NEUTRAL werd opgericht als een gezamenlijk initiatief van Renault Groep en SUEZ en is bedoeld om circulaire voertuigen op grote schaal te industrialiseren, met inzameling en demontage van autowrakken, hergebruik en herfabricage van onderdelen en recycling van materialen op grote schaal.
Renault beschrijft het bedrijf als een platform dat niet alleen de eigen merken bedient, maar mogelijk ook de bredere autosector, en dat milieuprestaties combineert met economische efficiëntie.
Volgens Renault werkt NEUTRAL al op grote schaal en worden er jaarlijks ongeveer 425.000 autowrakken ingezameld en gedemonteerd.
Het systeem levert elk jaar bijna 10 miljoen herbruikbare onderdelen aan de markt, produceert honderdduizenden gereviseerde onderdelen en verwerkt meer dan twee miljoen ton gerecycled materiaal. De nadruk is duidelijk: hergebruik eerst, industriële recycling daarna en een strengere controle over waardevolle materiaalstromen.
480 ontmantelingscentra
Deze strategische richting wordt versterkt door de recente beslissing van Renault om zijn Franse ‘Individual System’ voor autowrakken uit te breiden. Binnen het Franse AGEC-kader voor afvalbestrijding kunnen fabrikanten hun uitgebreide verplichtingen op het gebied van producentenverantwoordelijkheid collectief of via hun eigen specifieke systemen nakomen. Renault heeft voor het laatste gekozen en kondigde in januari een versterkte samenwerking met Derichebourg Environnement aan.
Met deze stap breidt Renault zijn gecontracteerde netwerk uit van 440 naar 480 erkende demontagecentra, ondersteund door 20 recyclagefaciliteiten, wat de totale aanwezigheid op 500 locaties in Frankrijk brengt.
Het model koppelt depollutie- en demontageactiviteiten rechtstreeks aan industriële shredder- en materiaalterugwinningsinstallaties, met als doel de traceerbaarheid te verbeteren, meer onderdelen te oogsten en de recyclingprestaties te optimaliseren.
In wezen bouwt Renault aan een verticaal gecoördineerde, merkgestuurde infrastructuur die ontworpen is om te voldoen aan de wettelijke doelstellingen en tegelijkertijd herbruikbare onderdelen en gerecyclede materialen terug te brengen in de waardeketen.
Contrast met Belgische Febelauto
Deze fabrikantgestuurde aanpak staat in contrast met het model dat in België gebruikt wordt, waar Febelauto het beheer van autowrakken en batterijen op sectorniveau coördineert.
Febelauto werkt niet met één systeem voor één merk, maar met een collectief beheersorganisme voor de hele markt. Febelauto houdt toezicht op de inzameling, de rapportering en de naleving door alle erkende operatoren en invoerders, en zorgt er zo voor dat de nationale recyclage- en terugwinningsdoelstellingen worden gehaald.
Het Belgische systeem rapporteert consistent zeer hoge prestatiecijfers, waarbij bijna 98 procent van het gewicht van autowrakken nuttig wordt gebruikt door middel van hergebruik en recycling.
De nadruk ligt op systeembrede coördinatie, naleving van de regelgeving en transparantie van gegevens in plaats van merkspecifieke verticale integratie. Erkende demontagebedrijven en shredders werken binnen een nationaal kader dat de resultaten van alle fabrikanten samenvoegt.
Hoewel er geen rechtstreeks operationeel verband is tussen Renaults Future is NEUTRAL en Febelauto, weerspiegelen de twee modellen verschillende bestuurstrajecten die inspelen op dezelfde Europese druk.
Strengere traceerbaarheidseisen, strengere controles op informele export van autowrakken en groeiende bezorgdheid over de toegang tot kritieke grondstoffen duwen zowel autofabrikanten als regelgevers in de richting van meer gestructureerde circulaire systemen.
In Frankrijk consolideert Renault de controle via zijn eigen individuele netwerk, waarbij het partnerschappen en industriële schaalgrootte gebruikt om circulariteit in zijn bedrijfsstrategie te verankeren.
In België blijft het collectieve model sterke nationale resultaten opleveren door de hele sector onder één paraplu te coördineren. Beide benaderingen zijn erop gericht om meer materialen in omloop te houden, de milieu-impact te verminderen en secundaire grondstoffen veilig te stellen voor een snel elektrificerende vloot.


