Europ Assistance barometer: EV-scepsis of verwarring?

Een nieuwe Belgische momentopname van de Europass Mobiliteit Barometer lijkt een bekend verhaal te bevestigen: een meerderheid van de Belgen (62%) zegt nog niet bereid te zijn om voor een volledig elektrische auto te kiezen als hun volgende voertuig.

Maar afgezien van de kerncijfers onthult het onderzoek een fundamentelere kloof tussen perceptie en realiteit die bepalend blijft voor de EV-transitie in Europa. Het is ook vermeldenswaard dat het onderzoek midden januari werd uitgevoerd, voordat de hernieuwde geopolitieke spanningen met Iran de olieprijzen weer omhoog stuwden.

Die timing is belangrijk, omdat de houding van consumenten ten opzichte van elektrische mobiliteit in het verleden zeer gevoelig is gebleken voor brandstofkosten, wat suggereert dat de mate van aarzeling die hier is vastgelegd misschien niet helemaal vastligt als de prijzen aan de pomp aanzienlijk stijgen.

Alleen 38% overweegt de schakelaar

Volgens de barometer zegt 38% van de Belgen te overwegen om voor hun volgende voertuig een volledig elektrische auto te kiezen.

De aarzeling wordt nog groter op de tweedehandsmarkt, met 74% die zegt dat ze niet zouden overwegen om een tweedehands EV te kopen. Bijna de helft van hen geeft aan bezorgd te zijn over de betrouwbaarheid van de batterij, naast budgettaire beperkingen en een algemene terughoudendheid tegenover tweedehands aankopen.

De kosten komen in het hele onderzoek naar voren als de belangrijkste belemmering. Zo'n 60% van de respondenten vindt dat de overheid niet genoeg doet om de omschakeling financieel te ondersteunen, terwijl 45% directe aankoopsubsidies zou willen en ongeveer een kwart belastingprikkels als mogelijke hefboom ziet.

Naast het voertuig zelf, noemen 71% extra kosten, zoals het installeren van een thuislaadpunt of het aanpassen van hun eigendom, als een belangrijk obstakel.

De oplaadinfrastructuur wordt ook vaak als ontoereikend beschouwd, hoewel deze perceptie niet volledig overeenstemt met de realiteit in het hele land. In regio's zoals Vlaanderen is het openbare oplaadnetwerk snel uitgebreid en wordt het over het algemeen toereikend geacht voor dagelijks gebruik. Doorslaggevender voor veel huishoudens is de toegang tot thuisladen, die nog steeds ongelijk is en de bereidheid om over te schakelen blijft beïnvloeden.

Maar een nadere blik op de aankoopintenties suggereert een genuanceerder beeld onder de kerncijfers. Bij de Belgen die van plan zijn om in de komende 12 maanden een auto te kopen, lijkt de interesse in elektrificatie aanzienlijk groter dan het algemene sentiment doet vermoeden.

Zo'n 72% zegt dat ze ten minste één elektrische auto zouden overwegen, en 31% zegt dat ze dat “zeker” zouden doen. Tegelijkertijd overweegt een identiek deel nog steeds een auto met verbrandingsmotor, wat onderstreept dat elektrisch rijden voor de meeste kopers nog geen standaardkeuze is, maar een van de vele opties.

Deze dualiteit helpt de schijnbare tegenstrijdigheid in het onderzoek te verklaren. Terwijl velen aarzelen om volledig voor elektrisch rijden te kiezen, blijft een groot deel er open voor staan naast andere opties, waarbij kosten, gemak en waargenomen risico's worden afgewogen.

Gebeurt dit niet voor 2035?

De enquête belicht ook een bredere ambivalentie tegenover het mobiliteitsbeleid. Slechts 32% van de Belgen zegt enthousiast te zijn over de huidige politieke maatregelen ter bevordering van duurzame mobiliteit, terwijl 40% voorzichtig blijft.

De verwachtingen rond de overgang zijn al even gematigd, waarbij een aanzienlijk deel van de respondenten gelooft dat een volledige omschakeling naar elektrische mobiliteit niet voor 2035, of zelfs later, zal plaatsvinden. Tegelijkertijd wordt de versoepeling van de zero-emissiedoelstelling van de Europese Unie voor 2035 positief beoordeeld door 54% van de Belgen, wat onderstreept in welke mate de overgang onzeker of voorbarig blijft.

Kloof tussen perceptie en realiteit

Wat de barometer uiteindelijk weergeeft is niet zozeer een afwijzing van elektrische mobiliteit als wel een momentopname van de overtuigingen van consumenten. Veel van de genoemde barrières weerspiegelen een hardnekkige kloof tussen perceptie en realiteit.

De focus op de aankoopprijs vooraf gaat bijvoorbeeld voorbij aan de totale eigendomskosten, waarbij elektrische voertuigen steeds concurrerender worden door de lagere exploitatie- en onderhoudskosten. Ook de bezorgdheid over de degradatie van de batterij blijft wijdverspreid, ondanks het groeiende bewijs in de praktijk dat moderne EV-batterijen aanzienlijk langer meegaan dan aanvankelijk werd verwacht en zelfs langer mee kunnen gaan dan het voertuig zelf.

Deze perceptiekloof is niet alleen de verantwoordelijkheid van de consument. Autofabrikanten en beleidsmakers hebben moeite om een duidelijk en consistent waardevoorstel te formuleren, terwijl het naast elkaar bestaan van elektrische en verbrandingstechnologieën het verhaal van de transitie blijft vertroebelen. Tegelijkertijd zorgen structurele barrières zoals betaalbaarheid, woonomstandigheden en toegang tot privéoplaadmogelijkheden ervoor dat de aarzeling niet alleen te wijten is aan onbegrip.

Een ander element dat sommige van de gepercipieerde belemmeringen in perspectief plaatst, is het dagelijkse rijgedrag. Uit de barometer blijkt dat woon-werkafstanden relatief beperkt blijven: in België legt 88% van de respondenten op een doorsneedag minder dan 50 kilometer af naar het werk of naar school.

Dit komt dicht in de buurt van het Europese gemiddelde en suggereert dat, in praktische termen, actieradiusbeperkingen waarschijnlijk geen doorslaggevende beperking zijn voor de meeste bestuurders. Toch blijft de bezorgdheid over de actieradius en de beschikbaarheid van oplaadmogelijkheden wegen op de perceptie van de consument, wat de kloof tussen de werkelijke gebruikspatronen en de perceptie van elektrische mobiliteit verder illustreert.

Impact van energieprijzen

Wat echter grotendeels ontbreekt in de enquête is de impact van de energieprijzen en hoe het Belgische sentiment zich verhoudt tot de bredere Europese trends.

Op Europees niveau toont dezelfde barometer aan dat de interesse in elektrische voertuigen licht gedaald is: slechts 27% van de Europeanen overweegt een EV aan te schaffen, tegenover 31% twee jaar eerder.

Tegelijkertijd blijft de privé-auto dominant, met 86% van de Europeanen die er minstens één bezitten, ook al zegt een meerderheid dat ze hun mobiliteitsgewoonten hebben aangepast in de richting van duurzamere alternatieven. Deze combinatie van trage gedragsverandering en hardnekkige afhankelijkheid van de auto weerspiegelt het Belgische beeld.

België vertoont echter ook een specifieke dynamiek die niet volledig in het onderzoek is opgenomen. Vooral dankzij de snelle elektrificatie van bedrijfswagens is het land de voorbije jaren een van de koplopers in Europa geworden op het vlak van EV-gebruik in nieuwe inschrijvingen.

Dit creëert een groeiende kloof tussen de marktrealiteit en het consumentenvertrouwen: terwijl particuliere kopers nog steeds aarzelen, stapt een aanzienlijk deel van de bestuurders al over op elektrische mobiliteit via bedrijfswagenparken, wat geleidelijk zal doorwerken in de tweedehandsmarkt.

Houdingen kunnen veranderen

Recente ontwikkelingen laten ook zien hoe snel de houding kan veranderen als de brandstofkosten stijgen. Sinds de escalatie van het Iran-conflict zijn de brandstofprijzen sterk gestegen: de benzineprijzen in de EU stegen met ongeveer 12% tot €1,84 per liter, terwijl in België de dieselprijs de afgelopen weken tot boven €2,10 per liter is gestegen.

Dit triggert nu al gedragssignalen: in heel Europa is het aantal EV-zoekopdrachten gestegen met 50%, terwijl de verkoop van tweedehands EV's binnen enkele weken bijna verdubbeld is. Analisten merken op dat dergelijke verschuivingen meestal versnellen zodra de brandstofprijzen psychologische drempels overschrijden.

Rond de € 2 per liter wordt het verschil in kosten duidelijker; boven de € 2,20 tot € 2,50 per liter wordt het moeilijk om het totale kostenvoordeel van elektrisch rijden te negeren en verandert het gedrag doorslaggevender. In die zin vangt de Europ Assistance barometer een moment van aarzeling dat wel eens vloeiender zou kunnen blijken dan het op het eerste gezicht lijkt.

Het toont een bevolking die elektrische mobiliteit niet afwijst, maar wacht op duidelijkere financiële prikkels, lagere gepercipieerde risico's en voorwaarden die de overstap zowel economisch als praktisch voor de hand liggend maken. Als de olieprijzen verder stijgen, zou die balans wel eens sneller kunnen verschuiven dan de enquête suggereert.

Misschien vind je dit ook leuk

Maak een gratis account aan of log in.

Krijg toegang om dit artikel te lezen, plus beperkte gratis inhoud.

Ja! Ik wil graag nieuwe inhoud en updates ontvangen.