H. Essers opent een waterwegterminal om 260 vrachtwagens van de weg te houden

De Belgisch-Limburgse logistieke groep H. Essers heeft in Bergen op Zoom (Nederland) een nieuwe containerterminal aan de binnenwateren geopend.

Dankzij de ligging buiten de dijk kunnen binnenvaartcontainers nu van begin tot eind op het water blijven tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam.

De nieuwe terminal heeft een capaciteit van 250.000 TEU per jaar, tegenover 140.000 TEU op de huidige locatie, en beschikt over maximaal 220.000 vierkante meter aan opslagruimte.

“We investeren 75 miljoen euro in een van de belangrijkste transportcorridors van Europa”, aldus H. Essers, die er tevens op wijst dat de terminal dagelijks ongeveer 260 vrachtwagens van de weg zal halen.

Directe gevolgen

De ligging van de oude H. Essers Terminal, eveneens in Bergen op Zoom, was niet ideaal. Het veroorzaakte geluidsoverlast voor de omwonenden, en doordat de terminal binnen de dijk lag, konden alleen kleinere schepen de terminal bereiken, omdat ze door een smalle sluis moesten varen.

De nieuwe terminal ligt daarentegen op de buitendijk, direct aan het drukbevaren Schelde-Rijnkanaal, tussen de haven van Antwerpen-Brugge en de haven van Rotterdam, en is daardoor op elk moment van de dag toegankelijk voor grotere schepen.

De terminal, die fungeert als knooppunt voor het vervoer tussen enerzijds de Noordzee en de Rijn en anderzijds het Middellandse Zeegebied, beschikt over een versterkte kademuur met een lengte van 350 meter.

Twee containerkranen zorgen voor het stapelen en verplaatsen van containers. De terminal biedt ruimte aan 2.500 containers, waardoor deze een directe invloed heeft op het containervervoer door heel Europa.

De containers blijven van begin tot eind op het water

Antwerpen-Brugge en Rotterdam hanteren namelijk minimumafmetingen voor alle binnenvaartschepen die hun terminals aandoen.

Schepen moeten daarom met een bepaald minimumaantal containers aanmeren om gebruik te mogen maken van de kades, zeker nu beide zeehavens te kampen hebben met toenemende congestie.

“Vanuit een terminal in het binnenland is dat volume vaak niet haalbaar”, zegt H. Essers. “Daardoor moeten containers nog steeds over de weg naar de zeehavens worden vervoerd.".

De offshore-containerterminal biedt een oplossing voor dat probleem. Kleinere transporten over de binnenwateren worden hier samengevoegd tot ladingen voor grotere schepen die wel aan de afmetingseisen voldoen. Op die manier blijven de containers van begin tot eind op het water.”

De oude containerterminal in Bergen op Zoom

De CO₂-voetafdruk verkleinen

Dit nieuwe logistieke model zou ook onmiddellijk de afhankelijkheid van de transportsector van het wegvervoer moeten verminderen en de verkeerscongestie in de omliggende stedelijke gebieden helpen verminderen. Op het wegennet zou dit neerkomen op een dagelijkse vermindering van 260 vrachtwagenritten in en rond Bergen op Zoom.

De kranen in de nieuwe terminal stoten bovendien geen CO₂ uit en er is walstroom beschikbaar. Aangemeerde schepen kunnen dus hun dieselgeneratoren uitschakelen en toch gebruikmaken van elektriciteit.

Sinds 2007 is er controverse over de aanleg van de binnenvaartterminal, mede omdat deze ingeklemd ligt tussen twee Natura 2000-gebieden.

Na bijna twintig jaar zijn alle vergunningen eindelijk verleend en is het project voltooid, mede omdat H.Essers een aanzienlijke investering moest doen in natuurcompensatie: 1,5 hectare rietvelden werd verplaatst en omgevormd tot drie nieuwe eilandjes in het omliggende watergebied.

Op bepaalde routes meer verkeer verplaatsen naar het water en het spoor

Over het algemeen wordt H.Essers, met meer dan 7.600 medewerkers verspreid over 89 vestigingen in 18 landen, binnen de logistieke sector beschouwd als een van de vooruitstrevendste bedrijven op het gebied van duurzaamheid, met concrete investeringen en meetbare doelstellingen, zoals een focus op slimme energiesystemen en alternatieve brandstoffen.

Hoewel het bedrijf zelf erkent dat het “de reputatie heeft opgebouwd een bedrijf te zijn dat graag bossen kapt”, met name in Vlaanderen, vecht het dat beeld aan. Het wijst erop dat het de voorkeur geeft aan bestaande locaties, zoals de voormalige Ford-fabriek in Genk.

Tegelijkertijd blijft het een groot transportbedrijf, dat nog steeds grotendeels afhankelijk is van het wegvervoer. H. Essers, dat op de 15e plaats staat in de top 20 van grootste Europese wegvervoerders, beschikt momenteel over een wagenpark van 1.497 trekkers en 4.159 opleggers, waarvan een groot deel geschikt is voor multimodaal gebruik. Toch is het aandeel elektrische voertuigen voorlopig nog erg klein.

Het vervoer over de binnenwateren verbruikt aanzienlijk minder energie per kilometer dan het wegvervoer, maar de sector is de afgelopen jaren slechts zeer langzaam gegroeid.

De strategie van H. Essers is niet om het wegvervoer te vervangen, maar om op specifieke routes – met name over lange afstanden en tussen grote havens – geleidelijk meer verkeer naar het water en het spoor te verplaatsen. Het bedrijf hoopt het containerverkeer in Bergen op Zoom door extra investeringen te laten groeien van 140.000 TEU naar 325.000 TEU per jaar.

Een foto van de officiële opening van de nieuwe H.Essers-terminal in Bergen op Zoom, met belangrijke vertegenwoordigers van de gemeente, de provincie Noord-Brabant, de Haven van Moerdijk, en het managementteam van H.Essers, met Hilde Essers (voorzitter van de raad van bestuur en dochter van de oprichter) in het midden en CEO Gert Bervoets uiterst rechts.

Misschien vind je dit ook leuk

Maak een gratis account aan of log in.

Krijg toegang om dit artikel te lezen, plus beperkte gratis inhoud.

Ja! Ik wil graag nieuwe inhoud en updates ontvangen.