Het verschil tussen dag- en nachttemperaturen - wetenschappers noemen het ‘het dagtemperatuurbereik’ - in de lente toeneemt, en dat is geen goed nieuws, zeggen wetenschappers. En de trend wordt bevestigd door het Europees Milieuagentschap (EEA) en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO).
In het verleden stegen de nachttemperaturen sneller dan de dagtemperaturen, waardoor het verschil kleiner werd. De laatste jaren neemt het verschil echter weer toe, vooral in de lente, en alleen in delen van Europa. Maar waarom?
‘Dekeneffect’
Sinds de jaren 1990 is de lucht in Europa veel schoner geworden. Overdag bereikt meer zonlicht het oppervlak en het ‘dekeneffect’ van vervuiling is verdwenen.
Tijdens een heldere nacht koelt het sneller af en warmt het sneller op. Een heldere hemel en meer zonneschijn leiden daarom tot een groter contrast tussen dag en nacht. En dat contrast neemt toe.
Geen positieve trend
Door de klimaatverandering zijn de klimaatzones iets naar het noorden verschoven, waardoor er vaker hogedrukgebieden boven België ontstaan. Dit resulteert in droger en warmer weer. Bovendien is de bewolking afgenomen, waardoor de temperaturen zijn gestegen.
Wetenschappers zijn het er over het algemeen over eens dat dit geen positieve trend is, omdat ons groeiseizoen begint veel vroeger en we hebben vaker droogteperiodes. PPlanten zijn kwetsbaar voor late vorst, de grond is droger in de lente, waardoor er minder vocht beschikbaar is, en het risico op hittegolven in de zomer neemt toe.
Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen is heel belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan, maar een neveneffect van schonere lucht is dat we in Europa met een grotere opwarming te maken zullen krijgen. De opwarming van de aarde gaat in Europa twee keer zo snel als in de rest van de wereld.


