Volgens een recente enquête van het Verkeersveiligheidsinstituut Vias bij 5.000 Belgische bestuurders, geeft meer dan een op de drie bestuurders toe dat ze vaak te snel rijden. Te snel rijden is duidelijk geen marginaal gedrag in België, het is mainstream en wordt gezien als relatief sociaal aanvaardbaar.
Eén op vier respondenten (26%) overschrijdt de snelheidslimiet meerdere keren per maand, bijna één op tien Belgen (9%) doet dit meerdere keren per week en 3% doet dit zelfs dagelijks.
Meer controles in Vlaanderen
Het goede nieuws is dat het aandeel de afgelopen vijf jaar is gehalveerd: van 6% in 2020 naar 3% in 2025. Volgens Vias lijkt de toename van het aantal flitspalen en gemiddelde snelheidscontroles het gedrag van bestuurders te beïnvloeden.
Veel Belgen (45%) zeggen ook voorstander te zijn van meer controles op de gemiddelde snelheid; 41% zijn ertegen. Asnelheidscontroles komen veel vaker voor in Vlaanderen dan in Wallonië.
Ongeveer 1 op de 7 bestuurders overschrijdt de limiet van 120 km/u op snelwegen. Op landelijke wegen houdt slechts ongeveer 40-47% zich daadwerkelijk aan de snelheidslimiet. Dat betekent dat de meerderheid van de bestuurders op bepaalde wegtypen op elk moment te hard rijdt.
Minder positief is dat snelheidslimieten buiten de bebouwde kom het minst worden nageleefd. Buiten de bebouwde kom overschrijdt 41 procent van de bestuurders regelmatig de maximumsnelheid.
Verschillen
Eén Belg op vier (24%) kreeg minstens één snelheidsboete in de afgelopen twaalf maanden. In Brussel is dat aandeel hoger (31%) dan in Vlaanderen (25%) en Wallonië (22%).
Er zijn meer verschillen tussen de regio's van het land. Vlaanderen heeft meer handhaving, maar snelheidsovertredingen komen nog steeds veel voor. Wallonië heeft een lagere handhavingsdichtheid, gemiddeld hogere snelheden, vooral op landelijke wegen, en vaker grote snelheidsafwijkingen. Brussel heeft lagere werkelijke snelheden, maar niet noodzakelijk betere naleving.
Snelheid blijft een belangrijke oorzaak van verkeersongevallen: één op drie dodelijke ongevallen in België is te wijten aan overdreven snelheid. Een snelheidsverlaging van 10 km/u kan het aantal dodelijke ongevallen met ongeveer 50% verminderen. Snelheid verlagen, zelfs onder de toegestane maximumsnelheid, kan het brandstofverbruik (met 5-10%), de kosten en de CO₂-uitstoot verlagen.
Europa
In België zijn 15% van plan de snelheidslimieten in steden met +20 km/u te overschrijden; het EU-gemiddelde is 11%. Belgen lijken meer dan gemiddelde Europeanen bereid om opzettelijk te hard te rijden. In vergelijking met andere EU-landen scoort België slechter dan veiligere landen (bv. Griekenland) en beter dan de slechtst presterende landen.
Wat opvalt is niet alleen het percentage - het is de normalisatie van snelheidsovertredingen. Snelheidsovertredingen komen in alle groepen bestuurders voor, niet alleen bij ‘roekeloze bestuurders’. Veel bestuurders weten dat het riskant is, maar doen het toch.
Het belangrijkste verschil in Nederland is dat de wegen zijn ontworpen als ‘zelfverklarende’ wegen: de snelheid is beperkt tot 30 km/u in straten die smal en langzaam aanvoelen, en tot 50 km/u waar de wegen als 50 aanvoelen.
Zweden heeft echter een nul-visiebeleid: geen enkele dode is acceptabel. Te hard rijden wordt gezien als eanderen in gevaar brengen, niet alleen regels overtreden.
24e editie van de flitspaalmarathon
Op woensdag, de 24e editie, wordt opnieuw een flitspaalmarathon gehouden. Twee derde van alle Belgische politiezones zullen samen met de Federale Wegpolitie snelheidscontroles uitvoeren op 658 locaties.
De flitspaalmarathon dient twee doelen: bestuurders aanmoedigen om zich aan de snelheidslimieten te houden door hun gedrag te veranderen en hen bewuster maken van de impact van snelheid op de verkeersveiligheid.
Tijdens de vorige editie in november werden meer dan 1,3 miljoen voertuigen gecontroleerd gedurende een periode van 24 uur, waarvan ongeveer 4% te snel reden.


