Aangezien de kosten stijgen en het budget ongewijzigd blijft, liggen er mogelijke aanpassingen in het verschiet voor het schoolvervoer van De Lijn voor het buitengewoon onderwijs - de meeste van deze ritten worden uitgevoerd door onderaannemers.
Dat heeft de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij bekendgemaakt in een brief aan de scholen. In de brief stelt De Lijn dat de Vlaamse regering in de eerste plaats het schoolvervoer wil hervormen om de reistijd voor alle kinderen te verminderen.
Volgens Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) zouden de uitgaven voor schoolvervoer dit jaar zonder tussenkomst het budget met 10 miljoen euro overschrijden. Het huidige budget voor schoolvervoer bedraagt 139 miljoen euro.
“De Vlaamse regering toont zich weer eens van haar meest asociale kant”, reageert oppositiepartij Groen, die vreest dat de besparingsmaatregelen zullen leiden tot nog langere reistijden.
Begroting onder druk
Er zijn ongeveer 55.000 leerlingen in het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen, waarvan er 45.000 gebruik maken van schoolvervoer (cijfers 2024). In 2019 waren dat er nog maar 34.000, een stijging van meer dan 10.000 leerlingen in slechts enkele jaren.
Deze groei verklaart ook waarom het budget zo snel onder druk is komen te staan, vooral omdat het overheidsbudget van 139 miljoen euro niet mee is gestegen - de Vlaamse regering gaf De Lijn de opdracht om het schoolvervoerschema te herzien met het “bestaande budget”.
Met andere woorden, de combinatie van stijgende kosten door hogere brandstofprijzen en duurdere contracten met exploitanten en een toenemend aantal aanvragen zet het huidige systeem en het budget al geruime tijd onder druk.
Daarom voert De Lijn momenteel een grondige herziening uit om een nieuwe planning te ontwikkelen die binnen het budget past. Daarbij vragen ze ook de medewerking van hun partners, waaronder zowel de school- als de vervoersmaatschappijen, waarvan de contracten om de vijf tot acht jaar worden heronderhandeld.
“De onderwijssector zorgt voor de nodige busbegeleiding, terwijl de vervoerders de voertuigen en chauffeurs leveren. Beiden zullen hun diensten opnieuw moeten evalueren”, staat in de brief.
Ter verduidelijking: in de praktijk zorgt De Lijn vooral voor de routeplanning, de kwaliteitscontrole, het contractbeheer van de onderaannemer en de communicatie met de scholen. De vervoerder (onderaannemer) stuurt de factuur naar de provinciale kantoren van De Lijn, meer bepaald naar de dienst leerlingenvervoer. De scholen dienen de rittenregistratie en de aanwezigheidslijsten in ter controle.
Scherpe kritiek
“Kinderen die gebruik maken van schoolvervoer zijn leerlingen met speciale noden in het buitengewoon onderwijs,” zegt Kim Buyst van Groen. “Het feit dat de Vlaamse regering het budget niet aanpast om tegemoet te komen aan de noden van net deze kinderen, raakt mij diep als moeder en als voormalig leerkracht. Minister van Onderwijs Zuhal Demir en minister van Mobiliteit Annick De Ridder hebben duidelijk geen idee wat ze deze kinderen aandoen.”
Ze benadrukt ook dat er een tekort is aan voor- en naschoolse opvang in het speciaal onderwijs. Flexibele opvang maakt het volgens haar makkelijker voor ouders om hun kinderen zelf op te halen, net als op andere scholen.
Ook de meerderheidspartij Vooruit maakt zich zorgen over de kwestie. Kamerlid Gianna Werbrouck heeft een beleidsnota opgesteld. “Net als het Kinderrechtencomité wil ik het recht op busvervoer uitbreiden”, stelt ze daarin onder meer. “We moeten toe naar een recht op mobiliteitsondersteuning. Op die manier kunnen ouders ook andere initiatieven onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan mobiliteitscoaches. Zo helpen we leerlingen die zelfstandig kunnen reizen niet alleen met het van en naar school gaan, maar maken we ze ook zelfstandiger in het dagelijks leven.”
Werbrouck wil ook rekening houden met de afstand tot school. “Voor leerlingen die minder dan 4 km van school wonen, zouden we meer gebruik kunnen maken van gedeelde ophaalpunten. Het gemak om voor de deur opgehaald te worden verbleekt bij de lange reistijd die volgt.”
FYi: Van de leerlingen die gebruik maken van schoolvervoer, brengen 5% meer dan 90 minuten in de bus door; 70% brengen niet meer dan 60 minuten door.
‘Vind de juiste balans’
Volgens De Ridder is het belangrijk om een balans te vinden tussen het bedienen van een kwetsbare groep en het opereren binnen de beschikbare middelen. “We moeten durven kijken naar de voorwaarden voor schoolvervoer. Kinderen wonen nu soms op twee adressen en moeten soms bij opa en oma worden opgehaald. De realiteit is compleet veranderd. Maar die regels worden bepaald door het ministerie van Onderwijs.”
“We waren vooraf niet op de hoogte van deze stap van De Lijn”, zegt minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). “We zullen hier op dit moment verder geen commentaar op geven.” Tijdens deze legislatuur wordt het budget leerlingenvervoer overgeheveld van mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) naar Demir.
Tegen eind juni zal De Lijn de scholen duidelijkheid verschaffen over het nieuwe rooster.


