De Belgische regering wil weer volledige controle over het energiebeleid en heeft een koopoptie genomen op de Belgische nucleaire activiteiten van Engie. Hoewel de beslissing, een historische verschuiving na de nucleaire afbouw onder de regering Verhofstadt 1, over het algemeen wordt toegejuicht, groeit ook de kritiek.
De kosten blijven een groot vraagteken - zelfs premier De Wever geeft toe dat hij niet kan garanderen dat het zichzelf terugbetaalt. Bovendien biedt nationalisatie geen garantie op goedkopere elektriciteit voor huishoudens of bedrijven en is de impact op het klimaat beperkt. Tegelijkertijd blijft dezelfde regering het verbruik van fossiele brandstoffen, dat ze beweert te willen uitfaseren, zwaar subsidiëren.
Kosten blijven een groot vraagteken
Het nieuws viel donderdag als een bom: De Belgische regering en het Franse bedrijf Engie gaan onderhandelingen beginnen over de mogelijke overname van de 7 reactoren in Doel en Tihange in België.
Met deze stap neemt de regering De Wever 1 weer stevig het heft in handen in de nucleaire kwestie. Ze is niet langer afhankelijk van de commerciële strategie van een buitenlandse speler die kernenergie liever afbouwt.
Hoewel nationalisatie België weer controle geeft over zijn eigen energietoekomst, blijft de beslissing een enorme gok: niemand weet of de overname, inclusief de zeven reactoren, al het personeel (ongeveer 2000 werknemers), alle dochterondernemingen en alle verplichtingen met betrekking tot ontmanteling en sluiting, financieel levensvatbaar zal zijn en wat de nationalisatie zal kosten. Hierover moeten eerste studies worden uitgevoerd. De partijen streven ernaar de belangrijkste bepalingen voor 1 oktober 2026 af te ronden.
Koop er 2, betaal er 7
Momenteel kunnen slechts twee van deze zeven reactoren nog elektriciteit opwekken - Doel 4 en Tihange 3 - hoewel ze momenteel offline zijn voor onderhoud ter voorbereiding van hun verlenging tot 2035 (en misschien 2045). De investering die nodig is om Doel 4 en Tihange 3 te verlengen is al geschat op 1,6 tot 2 miljard euro.
Voor de vijf oudere reactoren die al zijn stilgelegd en waarvoor de ontmantelingswerkzaamheden onmiddellijk worden stopgezet, zouden de kosten voor het opnieuw opstarten 3 tot 4 miljard euro bedragen.
Engie heeft 8,7 miljard euro aan voorzieningen opzij gezet voor de volledige ontmantelings- en afvalbeheerverplichtingen, maar er is 2,9 miljard euro extra gevraagd.
Het realistische scenario is dat slechts één tot drie reactoren opnieuw kunnen worden opgestart: Doel 4, Tihange 3 en Tihange 1. Doel 3 en Tihange 2 zitten al ver in het ontmantelingsproces en hebben scheurproblemen. Doel 1 en 2 voldoen niet aan de moderne veiligheidsnormen voor botsingen met vliegtuigen.
Bovendien is de regering van plan om op termijn kleine, flexibele SMR's te ontwikkelen, waarschijnlijk in de sites van Doel en Tihange, voor een bedrag van 1 miljard euro. Een SMR van 300 MW is aanzienlijk goedkoper dan een traditionele reactor, die minstens 10 miljard euro kost.
Maar nogmaals, er is momenteel geen schatting van de verwachte kosten van de uitbreiding beschikbaar en het voorspellen van de totale toekomstige nucleaire kosten is pure speculatie.
Scepsis
De beslissing van De Wever is daarom niet alleen met applaus ontvangen, maar ook met veel scepsis over de werkelijke kosten. Sommigen vrezen dat de renovatie van de oude kerncentrales vele miljarden zal kosten en dat al dat geld nooit kan worden terugverdiend door de verkoop van elektriciteit, ook al gelooft De Wever dat het een investering is die zal renderen.
“Zeker niet als je ook rekening houdt met de kosten van energieafhankelijkheid,” zei de premier, die eraan toevoegde dat hij op termijn zou kunnen overwegen om samen te werken met andere privépartners, met name EDF of de Canadese OPG.
Minister van Energie Maxime Bihet (MR) wees er ook op dat België onlangs enorme hoeveelheden Franse kernenergie moest invoeren. Met een eigen productiecapaciteit zou die afhankelijkheid afnemen.
Toch hebben tegenstanders hun bedenkingen. Zo is de regering de zwakkere partij in de onderhandelingen en verdwijnt de afhankelijkheid niet omdat 46% van het verrijkte uranium voor kerncentrales momenteel uit Rusland komt. Met andere woorden, volledige energieautonomie is een illusie.
Bovendien is nationalisatie geen garantie voor goedkopere elektriciteit voor huishoudens of bedrijven. Volgens energie-expert Joannes Laveyne (Universiteit Gent) schommelt de prijs van kernenergie gewoon rond het marktgemiddelde als alle kosten in rekening worden gebracht.
Het importeren van elektriciteit uit buurlanden kan ook goedkoper zijn dan het zelf opwekken, vooral in markten waar hernieuwbare energie steeds vaker de prijs bepaalt.
Plus: als diezelfde miljarden zouden worden geïnvesteerd in hernieuwbare energie, batterijopslag en netupgrades, zou België een fundamenteel andere energietoekomst kunnen opbouwen zonder de volledige financiële last op de staat en (toekomstige generaties) belastingbetalers te leggen.
Sommigen gebruiken zelfs het woord ‘stilstand’. Het zal immers nog jaren duren voordat die nationalisatie is afgerond en in de tussentijd creëert de regering enorme onzekerheid binnen de energiesector.
Inconsistent beleid
In de komende jaren zal België in het kader van de energietransitie onvermijdelijk veel meer elektriciteit nodig hebben voor mobiliteit, verwarming en industriële processen. Het Planbureau, dat pleit voor meer CO₂-vrije elektriciteitsproductie, via kernenergie en windenergie, en de grootschalige elektrificatie van verwarming en transport, voorspelt zelfs dat de vraag naar elektriciteit de komende decennia zal verdubbelen door de verschuiving naar elektrische auto's en warmtepompen.
Maar de strategische beslissing om kernenergie te nationaliseren benadrukt eens te meer de inconsistentie in het Belgische energiebeleid. Terwijl België van plan is miljarden uit te geven aan de nationalisatie van kernenergie en zichzelf ‘energie-onafhankelijk’ wil maken, subsidieert diezelfde regering zwaar het verbruik van fossiele brandstoffen dat ze beweert te willen uitfaseren. Fossiele brandstoffen worden nog steeds gesubsidieerd voor een bedrag van 15 miljard euro per jaar.


