Een nieuw onderzoek uit een onderzoek van de KU Leuven en Sciensano, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Environment International’, blijkt dat pollenallergie en astma niet moeten worden beschouwd als een probleem dat uitsluitend met pollen te maken heeft, maar als een kwestie die verband houdt met het klimaat en de gezondheid.
Hieruit blijkt dat de combinatie van hogere temperaturen, hogere pollenconcentraties en luchtvervuiling leidt tot een toename van allergische symptomen en astma in België.
Eerder was al aangetoond dat elke factor afzonderlijk een negatieve invloed heeft op de ademhalings- en hart- en vaatstelsels, maar de wisselwerking tussen deze factoren was nog niet onderzocht. In dit nieuwe onderzoek werd voor het eerst gekeken naar het gecombineerde effect van hitte, pollen en luchtvervuiling op pollenallergie en astma.
Oorzaak van allergie en astma
“Pollen blijven de belangrijkste oorzaak van hooikoorts en astma, maar we zien duidelijke pieken wanneer hoge pollenconcentraties samenvallen met extreme hitte of verhoogde ozonniveaus”, zegt professor Gijs Van Pottelbergh van de KU Leuven, die leiding gaf aan het onderzoek. Hitte, pollen en luchtvervuiling kunnen elkaar versterken.
Hoge pollenconcentraties in combinatie met hitte of ozon gingen gepaard met een sterkere toename van ademhalingsproblemen. Onder deze omstandigheden verdubbelt het risico op hooikoorts en nemen de astmasymptomen met ongeveer 24 procent toe.
Waarschuwingssysteem
“Het lijkt erop dat luchtvervuiling en hitte ervoor zorgen dat pollen een grotere invloed op ons lichaam hebben. Vaak zijn slechts een paar dagen al voldoende om een sterk effect teweeg te brengen,” voegt Van Pottelbergh toe.
De onderzoekers pleiten daarom voor betere waarschuwingssystemen die de pollenconcentratie, de hitte en de luchtvervuiling in de gaten houden, zodat risicogroepen tijdig kunnen worden gewaarschuwd en extra waakzaam kunnen zijn.
Het onderzoek van de KULeuven en Sciensano was gebaseerd op 20 jaar registratiegegevens van Vlaamse huisartsen, met dagelijkse metingen van temperatuur, pollen, fijnstof en ozon. Het onderzoek richtte zich op allergische rhinitis, hooikoorts en astma, en niet louter op pollenconcentraties.
Klimaatverandering
In een afzonderlijk onderzoek van de KU Leuven en Sciensano uit 2021 werden 18 Brusselse groene ruimtes onderzocht, waarbij 5.940 bomen in kaart werden gebracht en werd gemodelleerd hoe veranderingen in het milieu het risico op een allergie voor boompollen zouden kunnen beïnvloeden.
Uit dit onderzoek bleek dat meer stedelijk groen over het algemeen gunstig blijft, maar dat steden zorgvuldig soorten moeten selecteren en moeten vermijden dat er een concentratie ontstaat van bomen die sterke allergieën veroorzaken.
Door de klimaatverandering zullen aandoeningen die verband houden met pollen waarschijnlijk moeilijker te behandelen worden, niet alleen doordat het pollenseizoen langer duurt, maar ook doordat er meer dagen zullen zijn waarop pollen, hitte en vervuilde lucht tegelijkertijd de luchtwegen belasten.


