Zeven EU-lidstaten – Denemarken, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en Zweden – hebben de Europese Unie opgeroepen om een duidelijk en ambitieus traject naar elektrificatie te blijven volgen.
De landen verzetten zich tegen elke verdere versoepeling van de regelgeving die deel uitmaakt van het EU-autopakket dat in december wordt verwacht, ondanks oproepen van onder meer Duitsland om extra concessies te doen.
De landen verzetten zich tegen elke aanzienlijke afzwakking van de oorspronkelijke doelstelling, die voorschrijft dat alle vanaf 2035 nieuw geregistreerde voertuigen nul gram CO₂ per kilometer mogen uitstoten, een maatregel die vaak de „uitfasering van verbrandingsmotoren” wordt genoemd.
De landen waarschuwen dat elke verdere afwijking van de geplande uitfasering van verbrandingsmotoren een strategische fout zou zijn. In een gezamenlijke brief die begin deze maand is opgesteld, roepen ze de EU juist op om haar ambitieuze koers richting batterij-elektrische voertuigen vast te houden. Het Franse persbureau AFP heeft een kopie daarvan in handen gekregen.
“Elke verdere afzwakking van de CO₂-doelstellingen in de automobielsector zou de integriteit en voorspelbaarheid ondermijnen van regelgeving die bedoeld is om de uitstoot van motorvoertuigen te verminderen. De aanhoudende energiecrisis toont duidelijk aan dat het verminderen van de Europese afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een absolute noodzaak is. Elektrificatie is niet alleen een doelstelling van het klimaatbeleid, maar ook noodzakelijk voor onze energiezekerheid.”
Autopakket
In het kader van het automobielpakket zouden sommige hybride voertuigen en voertuigen met een verbrandingsmotor na 2035 nog steeds kunnen worden geregistreerd, mits hun CO₂-uitstoot volledig wordt gecompenseerd via een kredietsysteem. Hierbij zou het kunnen gaan om het gebruik van schone brandstoffen, in de EU geproduceerd groen staal en/of superkredieten voor kleine elektrische voertuigen met een maximale lengte van 4,20 m.
In de praktijk betekent dit dat de CO₂-uitstoot formeel met 90% moet worden teruggedrongen in plaats van met 100%, hoewel het naar verwachting een uitdaging zal zijn om de resterende 10% via het kredietsysteem te compenseren. Daarnaast bevat het pakket plannen voor hoge quota voor elektrische voertuigen voor wagenparken van grote bedrijven.
Sommige landen, met name Duitsland, Italië en Tsjechië, verzetten zich al geruime tijd tegen de plannen van de Europese Commissie. Zij eisen onder meer minder strenge eisen voor plug-in-hybriden, aanpassingen aan het geplande compensatiemechanisme voor CO₂-uitstoot na 2035 en flexibelere tussentijdse doelstellingen.
Tegelijkertijd verwerpt de Duitse regering zowel de door de Europese Commissie voorgestelde superkredieten voor elektrische voertuigen met een lengte van minder dan 4,20 m (gesteund door de VW-groep) als de geplande regelgeving voor bedrijfswagenparken met strenge quota voor elektrische voertuigen.
De EVP-Fractie in het Europees Parlement streeft er tevens naar het automobielpakket te wijzigen en eist daadwerkelijke CO₂-reducties zonder een kredietsysteem. Dit zou de toekomst van personenauto’s op benzine en diesel effectief veiligstellen.
Reacties van ministers
De Franse minister van Klimaat, Monique Barbut, heeft onlangs herhaald dat haar land een ‘blokkerende minderheid’ had gevormd om te voorkomen dat het voorstel van de Europese Commissie van december inzake CO₂-emissiedoelstellingen voor auto’s verder zou worden afgezwakt. “Het zou een vreselijk signaal zijn om op deze autoverordening terug te komen”, verklaarde ze.
Ook de Zweedse minister van Klimaat en Milieu, Romina Pourmokhtari, heeft dit standpunt nogmaals benadrukt: “Zweden blijft vastberaden vasthouden aan de doelstelling voor 2035”, benadrukte ze.
Zoals altijd reageert de Belgische regering te laat, en de Belgische federale minister van Klimaat, Jean-Luc Crucke, zit met twee voeten in twee boten. België wil een ‘pragmatische’ versoepeling overwegen van het verbod op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s, met ingang van 2035.
“Elektrificatie moet de weg vooruit zijn; dat moet duidelijk worden gesteld,” benadrukte Crucke. “Maar wat dit onderwerp betreft, is België bereid de voorkeur te geven aan een pragmatische en evenwichtige aanpak die klimaatambitie verzoent met het concurrentievermogen van de automobielsector,” voegde de minister eraan toe.
Crucke omschreef het voorstel van de Commissie als “een uitgangspunt voor de discussie”. Hij benadrukte echter dat autofabrikanten die al fors in elektrificatie hebben geïnvesteerd, niet benadeeld mogen worden. De minister sprak ook zijn steun uit voor stimuleringsmaatregelen voor de productie van kleine elektrische auto’s, die hij “maatschappelijk onmisbaar” noemde.”
De Europese commissaris voor Klimaat, de Nederlander Wopke Hoekstra, heeft berekend dat de overstap naar elektrische auto’s al heeft geleid tot een besparing van ongeveer 4,5 miljard euro per jaar op de invoer van fossiele brandstoffen.


