De bewegwijzering op de Vlaamse snelwegen krijgt een opknapbeurt. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV), de wegbeheerder die verantwoordelijk is voor de Vlaamse snelwegen en gewestwegen, wil dat de bewegwijzering op het gehele Vlaamse wegennet uniform wordt, vanuit het principe om per bord minder maar relevantere informatie te verstrekken en de verkeersveiligheid te verbeteren.
Zo zullen bijvoorbeeld rechtopstaande pijlen de naar beneden wijzende pijlen vervangen, en zullen de geelgroene uitgangsborden worden verwijderd, evenals de borden met inbouwverlichting.
Eén enkel, uniform kader
Tot nu toe werden de regels voor wegmarkeringen in Vlaanderen bepaald door diverse dienstbesluiten en documenten – wegmarkeringen vallen in België onder de bevoegdheid van de regio’s. En omdat al die bestaande AWV-richtlijnen verouderd en niet gebundeld waren, en ook de federale verkeerswet te weinig houvast bood voor ontwerpers, leidde dit tot verschillen in interpretatie en uitvoering tussen ontwerpers en wegbeheerders.
De nieuwe richtlijn brengt dit alles nu samen in één uniform kader dat specifiek op snelwegen is gericht, waardoor ontwerpers en exploitanten kunnen beschikken over een duidelijke, consistente aanpak die verschillen in aanpak wegneemt en tegemoetkomt aan de behoeften van weggebruikers.

De pijlen wijzen naar boven in plaats van naar beneden
Misschien wel de belangrijkste praktische verandering is dat de naar beneden wijzende pijlen op de verkeersborden langs en boven de Vlaamse snelwegen zullen worden verwijderd en vervangen door rechtopstaande pijlen, zoals ook in Nederland en Duitsland het geval is.
De wijziging is ook bedoeld om het voor automobilisten gemakkelijker te maken. Bij een rechtopstaande pijl moeten automobilisten de rijstrook volgen die door de pijl wordt aangegeven, in plaats van te proberen te achterhalen waar een schuine pijl naartoe wijst.
Vooral op complexe kruispunten met meerdere rijstroken kan dit laatste leiden tot onzekerheid en vertraging bij het wisselen van rijstrook. Vandaar de invoering van rechtopstaande pijlen: bestuurders hoeven minder na te denken en kunnen sneller en met meer zekerheid de juiste keuze maken.
Geen verlichte uithangborden meer
Borden met interne verlichting – die grote blauwe lichtbakken die je boven de snelweg of bij afritten ziet – worden ook geleidelijk uitgefaseerd. Retroreflecterende borden worden de nieuwe norm. Ze zijn net zo goed leesbaar, maar bovendien gemakkelijker te onderhouden en goedkoper.
Ook verdwijnen de klassieke geelgroene uitgangsborden. Ze worden vervangen door het internationale uitgangssymbool in zwart-wit, dat een beter contrast biedt en in de bewegwijzering zelf is geïntegreerd.
Minder informatie op wegwijzers voor wegen buiten de snelweg
Een derde wijziging is dat bij afritten die naar gewone wegen leiden, doorreisbestemmingen niet langer op het vooruitwijzende richtingbord worden vermeld. De nadruk ligt op bestemmingen die via de afrit zelf bereikbaar zijn, hoewel doorreisbestemmingen wel op het routebevestigingsbord na het knooppunt blijven staan. Bij afritten die naar andere snelwegen of belangrijke netwerkknooppunten leiden, worden doorreisbestemmingen nog steeds vermeld.
Vooruitwijzende wegwijzers hebben eveneens dezelfde indeling als gewone wegwijzers, met als enig extra element een afstandsaanduiding, en de naam van de afslag staat bovenaan het bord. Dit voorkomt verwarring wanneer de naam van de afslag niet overeenkomt met een van de vermelde bestemmingen.
Ten slotte krijgen alle elementen (tekst, wegnummers, pijlen, afstanden, afritsymbolen) een vaste positie op het bord om een “overzichtelijker” totaalbeeld te creëren, en wordt er een nieuw kleurcodesysteem ingevoerd voor afritten en wegnummering.

Gefaseerde implementatie
De nieuwe bewegwijzering zal niet in één keer worden aangebracht; zo’n project zou namelijk enorm duur zijn. Daarom zullen de borden worden vervangen wanneer zich daarvoor de gelegenheid voordoet, bijvoorbeeld bij nieuwe infrastructuurprojecten, na een aanrijding of wanneer ze versleten zijn.
En nog iets: de richtlijnen zijn afgestemd op de verkeersborden in Nederland, Duitsland en Wallonië. Er is geen volledige uniformiteit binnen de EU, en het is ook niet waarschijnlijk dat dit op korte termijn zal gebeuren.
Verkeersregels en -borden vallen onder het Verdrag van Wenen inzake het wegverkeer (1968), dat door talrijke landen – zowel binnen als buiten de EU – is ondertekend en de basis vormt voor gemeenschappelijke symbolen en beginselen. De kleur van bijvoorbeeld snelwegborden loopt echter al sterk uiteen tussen de EU-landen.
Volledige harmonisatie zou betekenen dat tientallen landen hun volledige bewegwijzeringssystemen tegelijkertijd zouden moeten vervangen – wat astronomische kosten met zich mee zou brengen. Bovendien valt de verkeersinfrastructuur niet onder de bevoegdheid van de EU, maar blijft deze de verantwoordelijkheid van de lidstaten en, in België, van de gewesten.


