Volgens de krant Het Laatste Nieuws heeft de joodse organisatie Nico Gunzburg Foundation in Brussel een rechtszaak aangespannen tegen de spoorwegmaatschappij NMBS/SNCB en de Belgische staat. De organisatie eist schadevergoeding en een schuldbekentenis voor de deportaties die tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden.
Uit onderzoek van historicus Nico Wouters blijkt dat de NMBS/SNCB bijna 51 miljoen Belgische frank (wat, gecorrigeerd voor inflatie, neerkomt op bijna 15 miljoen euro) van de Duitse bezetters ontving voor het exploiteren van de deportatietreinen, en dat het toenmalige spoorwegbestuur fouten had gemaakt en blind was geweest voor de gevolgen van de samenwerking met het naziregime.
De laatste directe overlevenden van de Holocaust zijn zeer bejaard of zijn inmiddels overleden; daarom zijn sommige belangenorganisaties van mening dat ze nu moeten handelen in plaats van nog langer te wachten.
Zich niet bewust van de gevolgen van zijn samenwerking
Volgens historicus Nico Wouters werden tussen 1941 en 1944 25.490 Joden gedeporteerd met behulp van Belgisch rollend materieel en Belgisch treinpersoneel, steeds onder strikte Duitse controle.
Deze vervoeren vond plaats in 28 transporten die tussen augustus 1942 en juli 1944 vertrokken vanuit de Dossin-kazerne in Mechelen. Vrijwel al deze treinen reden rechtstreeks naar het vernietigingskamp Auschwitz in Polen. Na de oorlog keerden slechts iets meer dan 1.000 mensen levend terug.
Op verzoek van vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap en van de NMBS/SNCB zelf hebben de Senaat en de federale regering het onderzoekscentrum CegeSoma in januari 2022 opdracht gegeven om een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar de rol van de NMBS/SNCB bij treintransporten en deportaties tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Dat onderzoek, onder leiding van Nico Wouters, werd in december 2023 gepresenteerd en toonde onomstotelijk aan dat de NMBS/SNCB, toen onder leiding van Narcisse Rulot, voor deze operaties werd betaald door de Duitse bezettingsmacht en dat het toenmalige spoorwegbestuur fouten had gemaakt en blind was geweest voor de gevolgen van haar samenwerking met het naziregime.
‘Geen financiële vergoeding nodig’
Op basis van dat rapport heeft een ‘Groep van Wijzen’ aanbevelingen opgesteld. De groep achtte een verontschuldiging noodzakelijk voor erkenning, maar vond financiële compensatie niet nodig, aangezien dit 80 jaar na de gebeurtenissen geen zin meer zou hebben.
In april 2025 maakte de NMBS/SNCB bekend dat zij, samen met infrastructuurbeheerder Infrabel en HR Rail, inderdaad een officiële verontschuldiging zou aanbieden.
Maar de Nico Gunzburg-Stichting is niet langer bereid dit te accepteren en spant nu een rechtszaak aan, aangezien de Belgische overheid aandeelhouder is van NMBS/SNCB en ook bij de rechtszaak betrokken is.
In haar analyse van het rapport stelde de Stichting ook dat het juridisch onhoudbaar is om enerzijds medeschuld te erkennen en anderzijds te weigeren schadevergoeding toe te kennen – volgens hen impliceert nalatigheid aansprakelijkheid, en zij beschuldigt de Groep van Wijzen er zelfs van een politiek gemotiveerde poging te doen om de NMBS/SNCB en de Belgische staat te vrijwaren van juridische en morele aansprakelijkheid in lopende rechtszaken.
Nederland en Frankrijk als voorbeelden
Volgens Het Laatste Nieuws hebben er al gesprekken plaatsgevonden met de NMBS/SNCB en de regering, maar tot nu toe zijn er nog geen resultaten geboekt. Zodra de Belgische regering en de NMBS/SNCB opnieuw bereid zijn om rond de tafel te gaan zitten en over een schadevergoeding te praten, zou het hele proces opnieuw tot stilstand kunnen komen.
De Nico Gunzburg Stichting wijst er tevens op dat er, naast Nederland, ook in Frankrijk al schadevergoeding is uitgekeerd aan overlevenden van de vernietigingskampen of aan hun nabestaanden.
In 2019 oordeelde een speciale commissie dat de Nederlandse Spoorwegen (NS) overlevenden van de Holocaust moeten schadeloosstellen, en zo’n 5.000 tot 6.000 mensen ontvingen een schadevergoeding variërend van 5.000 tot 10.000 euro – het resultaat van een jarenlange juridische strijd die werd gevoerd door Salo Muller, wiens ouders in Auschwitz werden vermoord.
De Franse spoorwegmaatschappij SNCF heeft tijdens de oorlog ongeveer 76.000 Joden naar concentratiekampen gedeporteerd. Sinds het einde van de oorlog heeft Frankrijk al miljarden euro’s aan schadevergoeding uitgekeerd, maar alleen aan Franse staatsburgers – overlevenden van de Holocaust die naar het buitenland waren geëmigreerd, werden buiten beschouwing gelaten.
Pas in 2014, na jarenlange rechtszaken tegen de SNCF in de VS, werd er een akkoord bereikt. Frankrijk storte een bedrag ter waarde van meer dan 48 miljoen euro in een fonds dat door de Amerikaanse overheid werd beheerd en dat niet alleen voor Amerikanen, maar ook voor Israëli’s en andere buitenlandse slachtoffers beschikbaar was.


