Hoewel Grote werkgevers zullen vanaf 2027 verplicht zijn een mobiliteitsbudget aan te bieden; Belgische bedrijven Verwacht geen massale overstap. Het mobiliteitsbudget wordt weliswaar gepresenteerd als een alternatief voor de bedrijfswagen, maar werkgevers denken niet dat werknemers er massaal voor zullen kiezen.
Volgens een onderzoek van SD Worx onder 250 grote werkgevers in België, slechts 26% van de werknemers met een bedrijfswagen zullen interesse hebben in het mobiliteitsbudget. Bovendien verwacht meer dan de helft van de werkgevers dat werknemers het nog steeds vooral zullen gebruiken om opnieuw voor een auto te kiezen – een elektrische 100%.
Even ter herinnering: het mobiliteitsbudget is een regeling waarmee werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een budget dat ze kunnen besteden aan diverse ‘groenere’ mobiliteitsoplossingen, zoals een kleinere of elektrische auto, het openbaar vervoer, een fiets of zelfs woonlasten, zoals een deel van de huur of hypotheek.
Het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de total cost of ownership (TCO) van de bedrijfswagen waarop een werknemer recht heeft.
Niet erg populair
De deadline nadert met rasse schreden. Op dit moment hebben 18% grote Belgische bedrijven al een mobiliteitsbudget ingevoerd, en nog eens 19% geven aan dat ze grotendeels klaar zijn om er een in te voeren. Het valt op dat 21% nog steeds hoopt dat de eis zal worden uitgesteld.
Volgens 52% werkgevers zal iemand die van auto wisselt, in de eerste plaats kiezen voor een 100% elektrische auto. Op de tweede plaats staat de vergoeding van woonkosten (41%), en op de derde plaats staan duurzame vervoersoplossingen, zoals het openbaar vervoer, de fiets of gedeelde mobiliteit (34%).
Medewerkers schrijven het gebrek aan grotere populariteit van het mobiliteitsbudget toe aan het feit dat voor een aanzienlijke groep medewerkers (40% tot en met 63%) de bedrijfswagen een onmisbaar werkinstrument blijft voor zakelijke reizen.
Het Belgische systeem is nogal ongebruikelijk
Volgens werkgevers brengt de invoering van het mobiliteitsbudget verschillende uitdagingen met zich mee. Een derde (34%) verwacht hogere kosten, 33% wijzen op logistieke uitdagingen, zoals de behoefte aan extra oplaadinfrastructuur, en 32% voorzien extra werk voor HR.
Het ‘mobiliteitsbudget’ is tegenwoordig nogal ingewikkeld. “De het systeem moet worden vereenvoudigd ”voordat het verplicht wordt.” Dat is wat de sociale partners vinden.
Het Belgische mobiliteitsbudgetstelsel is internationaal gezien echter vrij ongebruikelijk. Vooral het onderdeel huisvesting roept vragen op. Is dit nog wel mobiliteitsbeleid, of is het een nieuwe Belgische vorm van fiscaal voordelige beloning geworden?
Andere Europese landen
Andere Europese landen beschikken weliswaar over mobiliteitsbudgetten en fiscale stimuleringsmaatregelen voor duurzaam woon-werkverkeer. Maar het Belgische federale mobiliteitsbudget is buitengewoon royaal en buitengewoon breed opgezet.
In een studie van de VUB wordt België beschreven als het eerste Europese land dat een wettelijk kader heeft ingevoerd dat werknemers specifiek toestaat hun recht op een bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget.
Het Nederlandse model is in de eerste plaats een regeling tussen werkgever en HR/belastingdienst volgens de normale belastingregels. Het wettelijk vastgelegde Franse ‘Forfait mobilités durables’ is veel specifieker gericht op daadwerkelijk woon-werkverkeer: tot 600 euro belastingvrij per jaar, of 900 euro in combinatie met een abonnement op het openbaar vervoer. Duitsland heeft een mobiliteitsbudget van € 2.400 overwogen, maar heeft die bepaling uit de belastingwetgeving voor 2024 geschrapt.
Huisvesting
In België speelt huisvesting echter een dominante rol in het systeem: uit de eigen loongegevens van SD Worx blijkt dat drie op de vier gebruikers van het mobiliteitsbudget ervoor kiezen om hun huisvestingskosten vergoed te krijgen.
De echte aantrekkingskracht van het mobiliteitsbudget ligt tot nu toe niet in de eerste plaats in de trein, de fiets of autodelen. Het gaat erom dat je een rekening die je toch al moest betalen – je hypotheek of huur – mag betalen met fiscaal voordelig geld. En financieel gezien is dat enorm aantrekkelijk.
Het systeem is juridisch gezien niet onrechtmatig, maar vanuit beleidsmatig oogpunt wel omstreden. Hoe dan ook, het staat ver af van het oorspronkelijke doel van het mobiliteitsbudget: auto’s van de weg halen en het verkeer verminderen. Het probleem zit wellicht dieper: het is simpelweg ongelooflijk moeilijk om mensen uit hun bedrijfsauto’s te krijgen.
Auto's van de zaak
Uit een VUB-onderzoek onder 527 Belgische bestuurders van een bedrijfswagen bleek dat de respondenten gemiddeld € 683 per maand wilden ontvangen voordat ze zouden overwegen afstand te doen van hun bedrijfswagen.
Slechts 45% zou zelfs maar overwegen om het in te ruilen voor een financiële vergoeding, en van degenen die een overstap overwegen, zouden velen in plaats daarvan gewoon een eigen auto kopen.
De bedrijfswagen lijkt een klassiek voorbeeld van een ‘lock-in’-situatie: zodra je privéleven, je werk en je gezinsroutine zich hebben aangepast aan het feit dat er een auto op de oprit staat die bijna alle behoeften dekt, is er meer nodig dan alleen het overhandigen van een SNCB-kaart om iemand aan een mobiliteitsbudget te laten wennen.


