De Vlaamse openbare vervoersmaatschappij De Lijn zal de index van de voorbije jaren doorrekenen in het tariefkader. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) bevestigde dit in het Vlaams Parlement. Normaal gezien wordt een gemiddeld ticket 18% duurder in april, waardoor een rit niet langer 2,5 euro maar 3 euro zal kosten.
Met de fikse 1-verhoging maken de regering en De Lijn een inhaalbeweging na twee jaar zonder indexering onder toenmalig minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD). Haar indexeringsverbod, en dat van de toenmalige regering waarin ook de N-VA zetelde, zou een gat van naar schatting 30 miljoen euro geslagen hebben in de begroting van De Lijn.
TreinTramBus noemt de tariefsverhoging “buiten proportie”. Volgens de reizigersorganisatie zou de overheid eerst moeten werken aan “betrouwbaar openbaar vervoer” voordat ze de prijzen verhoogt.
Jongeren en ouderen kunnen worden gespaard
Dat de tariefautonomie voor De Lijn eraan zat te komen en dat de vervoersmaatschappij voor het eerst zelf haar ticketprijzen zou mogen bepalen, met uitzondering van de sociale tarieven, was al in 2022 beslist door de vorige regering. Maar in september 2023 stuurde toenmalig minister van Mobiliteit Lydia Peeters De Lijn aan om twee indexeringen van vervoerprijzen over te slaan. De vervoersmaatschappij moest bekijken hoe ze dat in haar begroting kon verzoenen met de stijgende kosten.
De belangrijkste reden voor deze niet-indexering was dat het vervoerslandschap werd veranderd door de invoering van nieuwe vervoersplannen via basisstoegankelijkheid/Hoppin. Bovendien vond Peeters het na de COVID-19-crisis geen tijd om de prijzen voor bussen en trams te verhogen.
“We willen meer mensen stimuleren om duurzame keuzes te maken en vaker met het openbaar vervoer te reizen,” zei Peeters. Dit weerlegde ook de kritiek destijds dat ze met de 5.000 euro subsidie voor nieuwe EV's alleen iets wilde doen voor autogebruikers.
De nieuwe minister van Mobiliteit, De Ridder, heeft in het parlement bevestigd dat De Lijn de indexverhogingen van de afgelopen jaren, goed voor 18% tot 19%, mag toepassen. “Die contouren zijn er, en als alles goed gaat wordt er vrijdag een beslissing genomen”, aldus De Ridder.
“We kijken of we iets extra's kunnen doen voor de groep van 18 tot 24 jaar. Voor degenen met een verhoogde uitkering zullen de prijzen door de overheid in de gaten worden gehouden.” Regeringspartij Vooruit roept ook op om ouderen te ontzien. Op vrt.news wees de minister er ook op dat NMBS, TEC en MIVB/STIB hun prijzen wel hebben aangepast aan de index.
“Onbegrijpelijk en onaanvaardbaar”
De oppositie in het Vlaams Parlement is in elk geval niet blij met de plannen om de tarieven te verhogen. “Het aantal haltes daalt, het aantal chauffeurs daalt, het aantal bussen in goede staat daalt. De dienstverlening van De Lijn is dramatisch en blijft achteruitgaan en toch durft deze regering de ticketprijzen met een vijfde te verhogen. Dat is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar”, zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Bogdan Vanden Berghe (Groen).
Volgens Vanden Berghe staat de prijsverhoging ook haaks op wat nodig is om mensen aan te moedigen het openbaar vervoer te gebruiken. “Dit beleid schrikt mensen af van het openbaar vervoer, terwijl we juist meer mensen willen verleiden om vaker de bus of tram te nemen,” zei hij.
Ook PVDA-vloerleider Jos D'Haese voelt niets voor de geplande tariefverhoging. “De ticketprijzen van De Lijn verhogen met 20% op een moment dat de dienstverlening verslechtert en je eigenlijk nooit zeker weet of er een bus komt opdagen, dat is onbegrijpelijk”, zegt D'Haese op X.

“Buiten proporties”
Stefan Stynen, voorzitter van reizigersorganisatie TreinTramBus, noemt de prijsverhoging “buiten proportie”. Volgens Stynen zou de regering eerst moeten werken aan “betrouwbaar openbaar vervoer” voordat ze de prijzen verhoogt. “Vooral als we kijken naar de kwaliteitsproblemen en als je ziet hoe vaak reizigers wachten op een tram of een bus die niet komt,” zei Stynen op Radio 1.
Stynen denkt dat de overheid beter een beperktere verhoging van bijvoorbeeld 10% kan doorvoeren en eerst werken aan het verbeteren van de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer. Als de betrouwbaarheid en kwaliteit verbeteren, zullen reizigers “graag” iets meer betalen, is de redenering.
De TTB-voorzitter vreest dat reizigers zullen afhaken als ze plotseling een vijfde meer moeten betalen. “En dan heb je aan het eind van de rit misschien geen extra inkomsten meer.”
Al jaren ondergefinancierd
De Lijn klaagt al jaren over onderfinanciering en heeft van de regering-Jambon geen extra geld gekregen. De huidige Vlaamse regering stelt wel eenmalig 400 miljoen euro extra ter beschikking voor schone bussen, waardoor tegen het einde van de legislatuur één bus op twee nieuw zou moeten zijn. Die inhaalbeweging zal echter niet volstaan om tegen 2025, het streefdoel van De Lijn, 100% elektrisch te rijden.
Vorig jaar werden meer dan 3.200 bushaltes opgeheven, 17% van het totale aantal. Tijdens de eerste 11 maanden van 2024 registreerde De Lijn bijgevolg 14.121 klachten over het aanbod.
Het Vlaamse transportbedrijf worstelt ook met een tekort aan oude bussen en over 150 bestuurders, waardoor het ongeveer 2,5% van zijn aanbod moest schrappen. De jaarcijfers voor 2024 zijn nog niet beschikbaar, maar tijdens de eerste vijf maanden van 2023 werden meer dan 19.000 busritten geannuleerd.
In 2019 telde De Lijn 340 miljoen reizigers, in 2023 waren dat er 286 miljoen.



Opmerkingen
Klaar om mee te praten?
Je moet een actieve abonnee zijn om een reactie achter te laten.
Schrijf u vandaag nog in