De Belgische regering trekt meer dan 76 miljoen euro van het Europees Herstelfonds uit voor het spoor. Met iets minder dan 70 miljoen euro krijgt spoorwegnetbeheerder Infrabel het leeuwendeel van de enveloppe. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor de elektrificatie van het netwerk, terwijl stations ook zullen worden uitgerust met liften.
Onmiddellijk na de COVID-19 pandemie lanceerde de Europese Unie een fonds van € 750 miljard - het grootste in de Europese geschiedenis - om lidstaten te helpen herstellen van de economische neergang.
Modernisering van het netwerk
België ontving meer dan 5 miljard euro en een deel van de onderbenutte Europese relaunchfondsen gaat nu naar de spoorwegen, kondigde minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) aan.
Spoorwegnetbeheerder Infrabel zal 69,2 miljoen euro ontvangen. Daarvan is meer dan 28 miljoen euro bestemd voor de modernisering van het netwerk, waaronder de vernieuwing van 32 baanvakken en 18 stukken goedereninfrastructuur, en het wegwerken van knelpunten op belangrijke lijnen, zoals de lijn Brussel-Luxemburg.
Liften en bewegwijzering voor personen met beperkte mobiliteit
Voor de elektrificatie van de lijn tussen Ekeren en Lier werd 31 miljoen euro uitgetrokken. Tot slot is er een nieuw digitaal spoorverkeersleidingsysteem ontworpen om de stiptheid en vlotheid van het treinverkeer te verbeteren.
Daarnaast wordt iets minder dan 7 miljoen euro toegekend aan de spoorwegmaatschappij NMBS om de toegankelijkheid van het spoor en multimodaliteit te verbeteren. 25 treinstations krijgen liften, leuningen en aangepaste bewegwijzering voor personen met beperkte mobiliteit. Daarnaast komen er 6.000 extra fietsplaatsen in de stations.
Achterstand bij het halen van de doelstellingen
Ter informatie: België heeft meer dan 5 miljard euro toegewezen gekregen uit het Europees Herstelfonds, dat in schijven zal worden uitbetaald als bepaalde mijlpalen zijn bereikt.
Maar België heeft een achterstand in het halen van die doelstellingen, deels door de lange periode van hangende zaken na de verkiezingen van afgelopen juni. Het fonds loopt slechts tot eind 2026. Voor projecten die in augustus 2026 nog niet zijn afgerond, zullen de lidstaten geen geld meer ontvangen.
In mei velde de Europese Rekenkamer een hard oordeel over het fonds, omdat het te duur en te traag is en voorlopig maar de helft van de verwachte resultaten oplevert.


