Autofabrikant Stellantis, met merken als Peugeot, Citroën, Opel, Jeep en Fiat, stopt met de productie van verbrandingsmotoren in de fabriek in Douvrin, in het Noord-Franse departement Pas-de-Calais.
De ongeveer 350 werknemers op de locatie zullen worden overgeplaatst naar de nabijgelegen ACC gigafactory, een joint venture voor de productie van batterijen, of naar andere locaties binnen de groep. De vakbonden vrezen dat de fabriek in 2026 zal sluiten. De sluiting maakt deel uit van de wereldwijde verschuiving naar elektromobiliteit.
Overschakelen op autoaccu's
De productie van de DV-dieselmotor zal uiterlijk op 1 november worden stopgezet. De stopzetting van de productie van de EB-motor volgt later, hoewel er nog geen specifieke datum is aangekondigd.
Volgens de vakbonden zijn er al 330 voormalige werknemers van Stellantis Douvrin overgeplaatst naar de gigafabriek van Automotive Cells Company (ACC). Deze fabriek, een joint venture tussen Stellantis, TotalEnergies en Mercedes-Benz, ligt naast de motorenfabriek en produceert autoaccu's voor EV's.
Medewerkers van Stellantis Douvrin die niet naar ACC verhuizen, worden overgeplaatst naar andere vestigingen van de groep in de regio, met name Hordain (lichte bedrijfsvoertuigen, met verschillende aandrijflijnen) en Valenciennes (transmissieonderdelen voor elektrische aandrijflijnen).

Uitfasering van verbrandingsmotoren in de EU
Stellantis had al in 2021 aangekondigd dat de productie van de opvolger voor de EP-motor (hybride/benzine), die toen exclusief in Douvrin werd geproduceerd, permanent naar Hongarije (Szentgotthárd) zou worden verplaatst.
Tegelijkertijd werd besloten dat de fabriek vanaf 2023 een deel van de productie van de EP Gen 3-motor zou overnemen, de opvolger van de kleine driecilinder benzinemotor die daar al werd geproduceerd; de fabriek zou echter met lagere productievolumes blijven werken.
Stellantis stopt nu echter met de productie van motoren in Douvrin. Deze strategie past in de door Europa gewenste versnelde uitfasering van thermische motoren in de overgang van verbrandingsmotoren naar EV-productie. De EU-regelgeving verbiedt immers de verkoop van voertuigen met verbrandingsmotoren in Europa vanaf 2035.
Meer dan 50 miljoen geproduceerde motoren
Douvrin werd in 1969 opgericht door Peugeot en Régie Renault onder de naam Française de Mécanique. De fabriek bouwde motoren zoals de ES, EW, Prince, VTI, THP en de V6 PRV (een samenwerking tussen Peugeot, Renault en Volvo) in de jaren 1970 en 1980.
Naast modellen als de R25, Laguna, Safrane, de 504 coupé/cabriolet en de 260-serie van Volvo, was de PRV ook populair in de autosport en rallysport. In de 55 jaar van haar bestaan heeft Douvrin, dat tot 5.800 vaste medewerkers in dienst had, meer dan 52 miljoen motoren geproduceerd, waarmee wereldwijd auto's werden uitgerust.


