Een nieuwe In de haven van Oostende werd vrijdag een waterstoftankstation voor schepen officieel ingehuldigd. Jera Nex BP ontwikkelde het waterstoftankstation en in de beginfase zal slechts één schip er gebruik van maken: de Windcat 48, die groene waterstof gebruikt om van de haven van Oostende naar een windmolenpark in de Noordzee te varen.
Het Waterstoftankstation van Oostende wil een kritieke leemte opvullen in de stroom van groene waterstof van productie naar maritieme gebruikers, en fungeert als een proof of concept van wat mogelijk is in het koolstofvrij maken van offshore wind op zee.
Klimaatneutrale scheepvaart
De groene waterstof wordt geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit uit Frankrijk en Duitsland. De waterstof wordt gebunkerd, gebufferd en opgeslagen in grote tanks. Het wordt bij het vulstation onder druk gezet om schepen snel te kunnen bedienen. Het station heeft de capaciteit om meerdere schepen per dag van brandstof te voorzien.
Door aan te tonen dat schepen op groene waterstof kunnen varen, wil men de uitstoot drastisch verminderen en de ontwikkeling van een klimaatneutrale scheepvaart in Europa stimuleren. “Door te investeren in projecten als deze versnellen we de verschuiving naar schonere, slimmere offshore-operaties en bewijzen we dat duurzaamheid en prestaties hand in hand kunnen gaan”, zegt Kristof Verlinden, hoofd wereldwijde O&M bij JERA Nex BP.
Geen emissies
Waterstof is milieuvriendelijker dan andere brandstoffen omdat het geen uitstoot produceert. Op dit moment zijn er nog maar een paar schepen die op waterstof varen. “Met dit project willen we bewijzen dat waterstof een levensvatbare alternatieve energiebron is in de scheepvaart,” legt Verlinden uit.
Het waterstoftankstation in Oostende is echter niet het eerste in zijn soort. In juni 2021 opende Cmb.Tech wat wordt omschreven als ‘s werelds eerste ’multimodale waterstoftankstation' voor schepen, vrachtwagens, auto's en bussen, op de Port House-site in Antwerpen.

Het beschikt over hogedrukcompressie en dispensers voor auto's, bussen en vrachtwagens, maar ook over een ‘marine bunkerplaats’ voor schepen. De Haven van Antwerpen-Brugge (als havenautoriteit) positioneert zichzelf als aanbieder van klimaatneutrale brandstoffen, waaronder waterstof, methanol en ammoniak, voor de scheepvaart.
Het feit dat dit station het bunkeren op zee ondersteunt is essentieel: het laat zien dat het bunkeren van waterstof voor schepen in de praktijk haalbaar is. De kosten van ‘groene waterstof’ blijven echter hoog; het bedrijfsmodel hangt af van schaal, gebruik en regelgevings-/marktprikkels.
Positief signaal
Het bunkeren van waterstof voor grote zeeschepen (lange afstanden, grote brandstofvolumes) blijft daarom een uitdaging - veel havens en exploitanten bevinden zich nog in de demonstratiemodus in plaats van in een massale uitrol.
Maar beide faciliteiten illustreren dat het bunkeren van waterstof voor maritiem gebruik van concept naar echte toepassing in Europese havens gaat. Dit is een positief signaal voor de bredere decarbonisatie van de scheepvaart.


