Jean-Dominique Senard, de discrete architect achter het herstel van Renault na Ghosn, maakt zich op om zijn hoofdstuk bij de Franse autofabrikant af te sluiten.
De voorzitter van Renault Group heeft aangegeven dat hij geen nieuw mandaat zal aanvragen wanneer zijn termijn afloopt in het voorjaar van 2027, wanneer hij 74 zal zijn, wat de weg vrijmaakt voor een zorgvuldig beheerde overgang aan de top van de groep.
Hij laat een ambtstermijn achter die werd gekenmerkt door enkele van de meest turbulente jaren in de geschiedenis van Renault, na de dramatische val van Carlos Ghosn in 2018. Die periode stortte het bedrijf in een bestuurscrisis.
Existentiële vragen
Maar het zette ook de relaties binnen de Renault-Nissan alliantie zwaar onder druk en riep existentiële vragen op over de toekomst van de alliantie. Senard werd binnengehaald op een moment dat het vertrouwen was ingestort, zowel intern als tussen de partners, en toen Renault geconfronteerd werd met een strategische drift te midden van onzekerheid over het leiderschap.
De aankondiging duidt niet op een abrupt vertrek, maar eerder op de laatste stap in een missie die begon onder crisisomstandigheden. Toen Senard in 2019 het voorzitterschap overnam, had Renault te kampen met de gevolgen van de Ghosn-affaire en de bijna-ondergang van de alliantiestructuur. Het bestuur was versplinterd en de spanningen met Nissan, die al langer sudderden onder een onevenwichtige machtsstructuur, kwamen aan de oppervlakte.
Senards rol was nooit om op te treden als een klassieke automotive executive. In tegenstelling tot zijn voorganger, die operationele controle combineerde met alliantie leiderschap, positioneerde Senard zichzelf als een stabilisator en institutionele figuur.
Zijn mandaat was om de geloofwaardigheid te herstellen, de bestuursstructuren opnieuw op te bouwen en de voorwaarden te scheppen voor een nieuw leiderschapsteam. In die zin ging zijn ambtstermijn minder over gedurfde productinzetten en meer over ervoor zorgen dat Renault weer als een coherente organisatie kon functioneren.
‘Renaulution’ plan
Dit onderscheid is essentieel om zijn impact te begrijpen. De operationele ommekeer en strategische herpositionering van Renault zijn grotendeels te danken aan CEO Luca de Meo, die in 2020 aantrad en het ‘Renaulution’-plan lanceerde.
De Meo verlegde de focus van het bedrijf van volume naar winstgevendheid, versnelde de overgang naar elektrificatie en reorganiseerde de merkenportefeuille. Senard daarentegen werkte op de achtergrond om deze stappen mogelijk te maken, hij managede de verwachtingen van de aandeelhouders, navigeerde door de invloed van de Franse staat en, wat cruciaal is, herdefiniëren van de voorwaarden van de Renault-Nissan alliantie.
Onder zijn voorzitterschap evolueerde de alliantie van een strak geïntegreerde en vaak controversiële structuur naar een losser, pragmatischer partnerschap. De spanningen die uitbraken na het vertrek van Ghosn dwongen tot een fundamentele heroverweging van de relatie.
Kruisparticipaties werden verminderd, het bestuur werd opnieuw in evenwicht gebracht en de samenwerking werd op een gelijkwaardiger basis geplaatst. Deze herijking betekende een duidelijke breuk met het gecentraliseerde model van het Ghosn-tijdperk en weerspiegelde Senards overtuiging dat samenwerking op lange termijn afhangt van wederzijds vertrouwen in plaats van controle.
Carrière bij Michelin
Zijn benadering is diep geworteld in zijn eerdere carrière bij Michelin, waar hij tientallen jaren heeft gewerkt en van 2012 tot 2019 CEO was. Bij de bandenfabrikant bouwde Senard een reputatie op als een consensusgedreven industrieel die zich richt op waardecreatie op de lange termijn.
Michelin's cultuur - met de nadruk op sociale verantwoordelijkheid, evenwicht tussen belanghebbenden en gestage wereldwijde expansie - liet een blijvende indruk achter op zijn managementfilosofie.
Hij bracht diezelfde mentaliteit naar Renault op een moment dat het bedrijf juist dat soort stabiel, vertrouwenwekkend leiderschap nodig had na jaren van interne spanningen.
Deze achtergrond verklaart ook zijn relatieve afstand tot de operationele schijnwerpers. Senard is geen ‘automan’ in de traditionele zin van het woord, maar eerder een industrieel strateeg.
Bij Michelin navigeerde hij door cyclische markten en wereldwijde concurrentie zonder zijn toevlucht te nemen tot dramatische herstructureringen, waarbij hij de voorkeur gaf aan continuïteit en veerkracht. Bij Renault vertaalde dit zich in een leiderschapsstijl die prioriteit gaf aan stabiliteit boven ontwrichting, zelfs toen het bedrijf te maken kreeg met een van de meest ingrijpende transformaties in zijn geschiedenis.
De rolverdeling tussen voorzitter en CEO is daarom ongewoon duidelijk geweest tijdens zijn ambtstermijn. Terwijl de Meo het publieke gezicht van Renaults strategische vernieuwing is geweest, heeft Senard ervoor gezorgd dat het bestuurskader ter ondersteuning van die strategie solide blijft.
Deze scheiding staat in schril contrast met de Ghosn-jaren, toen de macht geconcentreerd was in één persoon - een model waarvan de ineenstorting de risico's van overcentralisatie blootlegde.
Tegen de tijd dat Senard in 2027 aftreedt, zal veel van zijn werk zijn voltooid. Renault is weer winstgevend, de alliantie met Nissan is weer in evenwicht en de strategische richting op het gebied van elektrificatie en softwaregedefinieerde voertuigen is duidelijk. Het is dus onwaarschijnlijk dat zijn vertrek de activiteiten van het bedrijf zal verstoren, maar het markeert wel het einde van een overgangstijdperk dat in een crisis begon.


