De 1.000ste elektrische bus komt in dienst van het openbaar vervoer in Vlaanderen. ’Een mijlpaal in de overgang naar groener vervoer“, zo wordt het omschreven. Van die 1.000 e-bussen worden er meer dan 700 geëxploiteerd door private busmaatschappijen die door De Lijn gecontracteerd zijn.
De Lijn zelf heeft momenteel bijna 300 e-bussen rijden. De openbare vervoersmaatschappij is echter bezig met een enorme inhaalbeweging: Alleen al in 2025 bestelde De Lijn meer dan 650 nieuwe e-bussen, dankzij een investering van 400 miljoen euro van de Vlaamse overheid, die de komende jaren gefaseerd in gebruik zullen worden genomen.
De overgang naar een groenere vloot vereist echter ook een aangepaste laadinfrastructuur, energievoorziening en onderhoud. Maar het aantal depots waar de bussen moeten opladen blijft achter, wat een potentieel knelpunt creëert.
Ombouw van depots is nog steeds een uitdaging
Nog 2.800 te gaan. Dat is een andere manier om het nieuws over de introductie van de 1.000e e-bus samen te vatten, want De Lijn streeft ernaar om tegen 2035 3.800 elektrische bussen in dienst te hebben (2.250 bussen in eigen beheer, ongeveer 1.550 via onderaannemers).
Hier hangt natuurlijk een stevig prijskaartje aan. De totale kosten om het openbaar vervoer emissievrij te maken tegen 2035 worden geschat op 3,9 tot 5,2 miljard euro, afhankelijk van het werk dat nodig is op de remises.
Dat cijfer dekt de transformatie van De Lijn zelf - de Vlaamse overheid steunt de operator via kilometervergoedingen van De Lijn, maar ook via de Ecologiepremie+ en fiscale stimuli.
En hoewel de onderaannemers het grotendeels zelf redden - van de privébedrijven die voor De Lijn werken, is nu bijna 45% van hun vloot elektrisch, tegenover 15% voor De Lijn - blijven de uitbreiding van de laadinfrastructuur en de ombouw van depots ook de komende jaren een grote uitdaging voor De Lijn.
“Het aantal depots moet gelijke tred houden zodat alle bussen opgeladen kunnen worden”, zegt Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder. “Dit dreigt echter een knelpunt te worden. Hier en daar zijn er juridische uitdagingen tegen sommige depots.” De minister verwijst in dit verband naar Wissenhage in Gent, een complex dossier. “Maar we moeten de bal aan het rollen brengen” - De Lijn werkt momenteel aan de elektrificatie van remises op zo'n 20 locaties in heel Vlaanderen. “De 1000ste elektrische bus is een teken dat Vlaanderen vooruitgaat”, voegde de minister eraan toe.
41% meer verkeersboetes
Vorig jaar kregen ook bijna 1.400 chauffeurs een gespecialiseerde opleiding voor e-bussen. En juist deze e-bussen kunnen helpen om een ander probleem van De Lijn aan te pakken: de stijging van verkeersboetes.
De voorbije vier jaar steeg het aantal verkeersboetes voor bestuurders van De Lijn met precies 41%, van 2.170 in 2022 tot 3.054 in 2025. De snelheidsboetes stegen met 49 procent, van 1.781 in 2022 naar 2.656 in 2025. Er was vooral een sterke toename van snelheidsovertredingen in 30 km/u zones, een stijging van 77 %, van 845 naar 1.494.
Alle nieuwe bussen die De Lijn aankoopt, zoals de BYD en Iveco e-bussen, moeten uitgerust zijn met Intelligent Speed Assistance (ISA). Dit systeem maakt gebruik van GPS en camera's om de geldende snelheidslimiet te detecteren, zoals een 30 km/u zone in de buurt van een school.
Als de chauffeur te snel rijdt, geeft de bus een waarschuwing (trilling of geluid). In de strengste instelling kan de software zelfs de brandstof- of stroomtoevoer afsluiten, zodat de bus de snelheidslimiet niet overschrijdt.
Buschauffeurs testen positief op cocaïne
Het helpt De Lijn zeker niet dat op de dag dat deze cijfers bekend werden gemaakt, een chauffeur van De Lijn onder invloed van cocaïne frontaal op een tractor botste in Ternat.
De Lijn geeft op dit moment geen gedetailleerd commentaar op het incident, waarbij vier mensen lichtgewond raakten en aanzienlijke schade opliepen. Bij een ernstig drugsgerelateerd ongeval wordt een ontslag om dringende reden vaak gevolgd door een strafrechtelijke vervolging door de politierechtbank.
In 2024 voerde De Lijn meer dan 3.000 preventieve drugstests uit op werknemers, zowel chauffeurs als technici. Van die tests waren er 47 positief. Dat komt neer op ongeveer 1,5% van de geteste groep.
Ter vergelijking: bij grootschalige wegcontroles door de federale politie ligt het percentage bestuurders onder invloed van drugs vaak rond de 0,5% tot 1%.


