Na een storm van kritiek zwicht Vlaanderen voor de druk en ziet het af van bezuinigingen op het vervoer voor leerlingen in het speciaal onderwijs

Na een storm van kritiek op het plan van mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) om vanaf september meer dan 200 buslijnen voor het speciaal onderwijs te schrappen – om binnen het vastgestelde budget van 139 miljoen euro te blijven – heeft de Vlaamse regering besloten dat er uiteindelijk toch geen bijkomende bezuinigingen aan De Lijn zullen worden opgelegd.

De ongeveer 11 miljoen euro die De Lijn jaarlijks uit eigen middelen uitgeeft aan het vervoer van leerlingen naar school, zal voortaan uit andere begrotingen worden gefinancierd.

5 tot 6 miljoen euro zal afkomstig zijn uit onderbenutte budgetten voor studentenvervoer binnen het ministerie van Onderwijs, terwijl het ministerie van Economische Zaken de resterende 5 miljoen euro voor zijn rekening zal nemen.

“De Vlaamse regering valt niet bepaald in de prijzen voor de manier waarop ze deze kwestie aanpakt”, geeft minister-president Matthias Diependaele toe.

De bevoegdheid verschuift naar het ministerie van Onderwijs

Diependaele benadrukt ook nogmaals dat de verantwoordelijkheid verschuift van Mobiliteit naar Onderwijs, omdat volgens hem deze laatste sector beter in staat is om tegemoet te komen aan de behoeften van de meest kwetsbare kinderen.

Naar verwachting zal het hervormingsvoorstel nog voor het zomerreces aan de regering worden voorgelegd en in het schooljaar 2028-2029 van kracht worden. Met andere woorden: het probleem lijkt voor de komende twee schooljaren opgelost te zijn.

De hervorming is bedoeld om de reistijden van de bussen te verkorten en de busdiensten te integreren met de voor- en naschoolse opvang. Het blijft echter onduidelijk welke gevolgen deze hervorming zal hebben voor het beschikbare aanbod. Daarnaast zullen er inspanningen worden geleverd om de arbeidsomstandigheden van de busbegeleiders te verbeteren.

Onderschat

De regeringspartijen CD&V en Vooruit hebben positief gereageerd op de koerswijziging, hoewel minister De Ridder toegeeft dat de impact van de maatregel werd onderschat.

“We hebben de gevoeligheid en de gevolgen collectief onderschat,” zei De Ridder tegen VTM Nieuws. “Vooral na het ongeval in Buggenhout hadden we het anders moeten aanpakken.”

Maar ze heeft niet het gevoel dat ze is teruggefloten. “Ik heb de minister-president dat letterlijk horen zeggen,” zei de minister, ook al valt er moeilijk te beweren dat ze met haar aanpak punten heeft gescoord. De Ridder hield voet bij stuk en versterkte haar imago als een stoere vrouw die op de kleinste uitgaven let.

“Het is erg cynisch dat de Vlaamse regering nu als harteloos wordt afgeschilderd, want het budget is pas twee à drie jaar geleden verdubbeld van 70 naar 140 miljoen,”

De Ridder legde uit, verwijzend naar een maatregel van de vorige regering. “Als je ziet dat de begroting al na één jaar weer is overschreden, moet je ingrijpen, want ik kan geen geld uit de lucht toveren.”

In de tv-studio ging ze ook kort in op de kritiek van lokale overheden dat de verwerking van hun aanvragen te lang duurt, terwijl er altijd wel geld is voor Antwerpen of het Oosterweel-project – een andere kwestie waarvoor De Ridder vorige week onder vuur kwam te liggen.

“Dat is een volstrekt onterechte voorstelling van zaken,” zei de minister. “In het begin kon ik er nog een beetje om lachen, want uiteindelijk moet ik in Antwerpen herkozen worden, maar het strookt totaal niet met de werkelijkheid. We hebben met de hele regering een investeringsplan goedgekeurd dat prioriteiten voor heel Vlaanderen bevat.”

Ze wil zich nu richten op de hervorming en de overgang naar het ministerie van Onderwijs. “Ik ben er oprecht van overtuigd dat je met een goede hervorming zelfs binnen het budget betere diensten kunt verlenen,” zei ze.

Drie essentiële hefbomen

Katholiek Onderwijs Vlaanderen, veruit het grootste onderwijsnetwerk in Vlaanderen, is verheugd over het besluit van de Vlaamse regering om haar koers bij te stellen.

“Het uitstel van de bezuinigingen geeft ons de ruimte om echt aan duurzame oplossingen te werken”, zegt directeur-generaal Bruno Vanobbergen.

Hij noemt hiervoor drie essentiële hefbomen, “met het belang van het kind als ons leidende principe”. De eerste is kwaliteit: investeren in veilige voertuigen, gewaardeerd personeel en duidelijke communicatie met ouders. Daarnaast pleit hij voor een aanpak op maat, met multimodale oplossingen en meer autonomie voor scholen en ouders, waarbij wordt afgestapt van het strikte principe van de “dichtstbijzijnde school”.

Ten slotte streeft hij naar een sterker organisatiemodel, met betere afstemming en structurele samenwerking tussen het onderwijs, het vervoer en de sociale dienstverlening.

“Op deze manier bouwen we stap voor stap aan een systeem dat niet alleen efficiënter is, maar vooral ook aansluit bij de behoeften van de studenten,” concludeert Vanobbergen.

Misschien vind je dit ook leuk

Maak een gratis account aan of log in.

Krijg toegang om dit artikel te lezen, plus beperkte gratis inhoud.

Ja! Ik wil graag nieuwe inhoud en updates ontvangen.