De Europese Commissie wil de zware industrie meer tijd geven om de CO₂-uitstoot terug te dringen. Dit werd vrijdag duidelijk tijdens de presentatie van de langverwachte hervorming van het Europese emissiehandelssysteem (ETS1).
Bedrijven in de meest energie-intensieve sectoren – chemie, cement, staal, glas, enz. – moeten al jaren betalen voor de CO₂ die ze in de atmosfeer uitstoten. Dat systeem zal de komende jaren echter geleidelijk worden afgeschaft, waardoor de sector gedwongen wordt over te stappen op productieprocessen met een lagere uitstoot.
Het systeem heeft de uitstoot in deze sectoren inderdaad gehalveerd. De afgelopen jaren heeft de sector echter zijn lobby voor een versoepeling van de regels opgevoerd, in een poging meer ademruimte te krijgen in de moordende concurrentie met derde landen die een minder ambitieus klimaatbeleid voeren. “Anders bestaat het risico dat investeringen naar andere delen van de wereld uitwijken”, zo luidt het argument.
‘Een meer bedrijfsvriendelijke aanpak’
Daarom streeft de Commissie naar “een bedrijfsvriendelijkere aanpak”.” Het is bijvoorbeeld de bedoeling om het totale aantal emissierechten op de markt in het komende decennium geleidelijker te verminderen en ook na 2040 door te gaan met het veilen van emissierechten – iets wat momenteel niet in de planning staat – zonder de algemene klimaatdoelstelling voor 2040 in gevaar te brengen.
De Commissie streeft er ook naar de markt uit te breiden naar andere sectoren. Zij stelt voor om de afvalverbrandingssector te verplichten te betalen voor CO₂-uitstoot en de scheepvaart- en luchtvaartsectoren verder te integreren.
Luchtvaartsector
In de luchtvaart bijvoorbeeld – een sector waar de uitstoot nog steeds toeneemt – is het toepassingsgebied momenteel beperkt tot vluchten binnen de EU. Vanaf 2029 wordt dit uitgebreid tot alle vluchten die landen binnen een straal van 5.000 kilometer rond Frankfurt. De Commissie wil ook dat alle privévluchten een bijdrage leveren aan de kosten.
De luchtvaartsector betreurt de uitbreiding van de emissiehandel. Volgens de Europese brancheorganisatie voor luchtvaartmaatschappijen, Airlines for Europe, “zullen Europese passagiers meer gaan betalen zonder enige garantie dat hun geld wordt herinvesteerd in het koolstofarm maken van de sector.”
Scheepvaartsector
Het ETS-systeem wordt ook uitgebreid naar kleinere schepen in de scheepvaartsector. Volgens de Europese Commissie zouden de opbrengsten van het ETS worden geherinvesteerd in duurzame brandstoffen, en biedt het voorstel bovendien gerichte steun aan kleine eilandontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen om hen te helpen hun maritieme sectoren koolstofarm te maken.
Agoria, de werkgeversorganisatie voor technologiebedrijven, heeft met voorzichtig optimisme gereageerd op de hervorming van de Europese emissiehandelsmarkt. “Het emissiehandelssysteem wordt beter afgestemd op de economische realiteit van bedrijven”, aldus Agoria in een persbericht op vrijdag.
Chemische industrie
Essenscia, de Belgische federatie voor de chemische industrie, is van mening dat Europa met de hervorming van het ETS “kansen laat liggen”. “De Europese Commissie verhelpt weliswaar enkele tekortkomingen in het systeem, maar pakt de kern van het concurrentieprobleem van de Europese industrie niet aan”, verklaarde de federatie vrijdag in een persbericht.
Ook de sector zelf is niet overtuigd. “Het Europese voorstel gaat volledig voorbij aan de realiteit waarmee bedrijven te maken hebben”, aldus Markus Kamieth, CEO van het Duitse bedrijf BASF, de grootste chemiegroep van Europa. De sector hoopt dat de geplande hervorming zal leiden tot een minder dwingend klimaatbeleid en tot een versterking van haar concurrentievermogen.
De sector is niet onder de indruk
De De Europese industrie is niet onder de indruk van de hervorming van het emissiehandelssysteem. Bedrijven kunnen extra gratis emissierechten verkrijgen door in Europa te investeren. De sector vreest echter administratieve rompslomp.
Climate Action Network (CAN), de Europese overkoepelende organisatie voor klimaatgroeperingen, staat kritisch tegenover de herziening van het Europese emissiehandelssysteem. De organisatie omschrijft deze herziening als een “aanzienlijke afzwakking” en een voorstel dat “sterk beïnvloed is door lobbyactiviteiten”.”
CAN staat ook kritisch tegenover de uitbreiding van gratis emissierechten. De Europese overkoepelende organisatie verzet zich tegen het opnemen van koolstofafvang. Hoewel dit een rol kan spelen bij het afvangen van moeilijk te vermijden emissies, “mag het nooit een excuus worden om emissiereducties aan de bron uit te stellen.”
‘Uitgangspunt’
Ten slotte beschouwt de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka de hervorming als een ’uitgangspunt“ voor een nieuw beleid. ”De hervorming van het ETS moet het uitgangspunt vormen voor een beleid dat decarbonisatie koppelt aan het versterken van het concurrentievermogen van de industrie“, concludeert Voka. Voka pleit er ook voor dat alle inkomsten uit ETS1 weer naar de sector worden teruggeleid.
De hervorming moet nu nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten, die al maandenlang ruziën over de toekomst van ETS1.
Onder andere Italië, Tsjechië en Polen dringen aan op een zo groot mogelijke versoepeling van de beperkingen, terwijl de Scandinavische landen en Spanje het systeem zoveel mogelijk in stand willen houden. België neemt een afwachtende houding aan.


