Weer een tegenslag voor de voorstanders van waterstof in de haven van Antwerpen-Brugge: het Amerikaanse bedrijf Plug Power ziet definitief af van zijn plannen om een waterstoffabriek te bouwen op het voormalige Opel-terrein in de haven van Antwerpen.
Vorige week werd gemeld dat Fluxys moeite hebben met klanten vinden voor zijn waterstofpijpleidingnetwerk. Door deze nieuwe tegenslag lijkt het steeds waarschijnlijker dat de haven van Antwerpen-Brugge zich expliciet zal moeten positioneren als louter een import- en doorvoerknooppunt voor hernieuwbare moleculen in Europa, in plaats van ook als producent van groene waterstof – iets waar energiedeskundigen in het verleden al voor hadden gewaarschuwd.
Verwachte investering van maximaal 400 miljoen euro
Het CHYMIA-project, dat een investering van 350 tot 400 miljoen euro vertegenwoordigt, werd in juni 2022 aangekondigd tijdens een economische missie naar New York – CHYMIA staat voor Cluster HYdrogen for Mobility and Industry in Antwerp.
Op dat moment sloot Plug Power een concessieovereenkomst met een looptijd van 30 jaar met de Haven van Antwerpen-Brugge voor de bouw van een groene waterstoffabriek van 100 MW, die 35 ton groene waterstof per dag kan produceren, ofwel maximaal 12.500 ton per jaar.
De fabriek, de grootste waterstofproductiefaciliteit van het land, zou worden gebouwd in het NextGen District – het voormalige Opel-terrein dat wordt omgevormd tot een Europees knooppunt voor duurzaam ondernemen – en zou worden aangedreven door elektriciteit uit nabijgelegen windturbines.
En het project was behoorlijk ambitieus: CHYMIA zou een Europese primeur worden, omdat het gebruikmaakte van technologie voor het vloeibaar maken van waterstof. Vloeibare waterstof heeft een veel hogere dichtheid dan gasvormige waterstof, waardoor er minder opslagruimte nodig is en er grotere reserves kunnen worden aangelegd.
Volgens Plug Power was die vloeibaarmakingstechnologie op die schaal nog niet op de markt verkrijgbaar.
Enorme financiële problemen
Maar volgens het zakenblad De Tijd, dat de onlangs ingediende jaarrekening van de Belgische dochteronderneming heeft bekeken, trekt Plug Power nu de stekker uit het project.
Het project wordt geschrapt vanwege de financiële moeilijkheden waarmee Plug Power al jaren te kampen heeft. Het bedrijf verkeert in een aanhoudende liquiditeitscrisis (het heeft onlangs twee waterstofprojecten in de VS verkocht voor meer dan 275 miljoen dollar aan liquiditeit) en de gecumuleerde verliezen bedroegen begin 2026 al 7,38 miljard dollar.
Daarom is het bedrijf bezig met een herstructurering van zijn portefeuille en ziet het zich genoodzaakt zich te concentreren op projecten die sneller rendement opleveren – de reden waarom het het project in Antwerpen heeft afgeschreven. Volgens Plug Power is een andere factor waarmee rekening moet worden gehouden de toekomstige winstgevendheid en de ontwikkeling van de waterstofmarkt: deze zijn te onzeker en onduidelijk.
ACER, de energieregulator van de EU, heeft bijvoorbeeld in zijn meest recente analyse van de waterstofmarkt berekend dat hernieuwbare waterstof in Europa gemiddeld ongeveer 8 €/kg kost, wat ruwweg vier keer zo duur is als conventionele, op fossiele brandstoffen gebaseerde waterstof. Ook de hoge elektriciteitsprijzen spelen hierbij een rol: elektriciteit alleen al kan tot 50% van de productiekosten uitmaken.

Blijft investeren in waterstof
Toch trekt Plug Power zich niet terug uit de waterstofmarkt of uit Europa, hoe vreemd dat ook mag klinken. De eigen waterstofproductieactiviteiten van Plug zijn nog niet winstgevend. De brutomarge op waterstofbrandstof is in het tweede kwartaal enorm verbeterd, maar bedroeg nog steeds -48%, tegenover -91% een jaar eerder.
Het gaat er dus simpelweg om dat het een deel van zijn kapitaal herverdeelt naar gebieden waar de fundamentele economische omstandigheden gunstiger zijn – bijvoorbeeld vanwege lagere elektriciteitskosten. Nog maar negen dagen geleden heeft het specifiek de aandacht gevestigd op verschillende Europese projecten die vorderingen maken: Galp, Portugal (100 MW); Iberdrola/BP, Spanje (25 MW); en Carlton Power, Verenigd Koninkrijk (in eerste instantie 30 MW, uiteindelijk 55 MW).
Omdat de zon in Spanje en Portugal intenser en vaker schijnt, wekt een zonnepaneel daar per jaar meer elektriciteit op dan in Noordwest-Europa.
Voor het Verenigd Koninkrijk spelen nog andere factoren een rol: toegang tot offshore windenergie (goedkoop, grote hoeveelheden), specifieke Britse subsidieprogramma’s voor waterstof, en industriële clusters, zoals die rond Manchester, die als belangrijke afnemers fungeren.
Een andere factor om rekening mee te houden: het Portugese energiebedrijf Galp financiert de installatie als onderdeel van zijn eigen investeringen in decarbonisatie. Dit maakt deel uit van een investeringsprogramma van 650 miljoen euro in koolstofarme brandstoffen.
Het bedrijf zal de waterstof onmiddellijk ter plaatse zelf verbruiken voor een daadwerkelijk bedrijfsproces. Daardoor loopt Plug Power geen marktrisico, in tegenstelling tot in Antwerpen, waar Plug zelf honderden miljoenen zou moeten investeren, de waterstof zou moeten produceren en vervolgens voldoende afnemers tegen een voldoende hoge prijs zou moeten vinden.
Aandacht voor import- en doorvoerknooppunt voor de haven van Antwerpen-Brugge
Voor de Haven van Antwerpen-Brugge is het terugtrekken van de investering een zware tegenslag, maar het bevestigt ook een trend die zich al aftekende.
Dat de strategie rond de import- en doorvoerknooppunten een nog centralere rol krijgt dan voorheen, nu de productieambities één voor één in het water vallen als gevolg van de moeilijke economische situatie waarmee de sector van groene waterstof wereldwijd te kampen heeft.
Volgens het havenbestuur is de mogelijkheid van een project met kleinere productievolumes nog niet volledig uitgesloten, mede omdat er nog steeds sprake is van die concessie van 30 jaar – de toekomst van de concessie maakt momenteel deel uit van de dialoog met Plug.
Tegelijkertijd heerst er echter ook een sterk gevoel van realisme. “Voor België is grootschalige lokale productie van groene waterstof economisch en technisch gezien een uitdaging, deels vanwege de beperkte beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit”, aldus het havenbestuur.
“Daarom blijft de invoer van waterstof en waterstofdragers een logische optie, juist omdat de markt nog steeds erg terughoudend is en investeerders bepaalde voorwaarden nodig hebben.” En dat staat in schril contrast met het bijna blinde vertrouwen in waterstof – zelfs onder politici – van een paar jaar geleden.


