Wetenschappers van de Universiteit Leiden hebben aanwijzingen gevonden dat planten sneller groeien als gevolg van een toename van CO2. De keerzijde is dat ze meer calorieën bevatten, maar minder voedzaam zijn. De voedingswaarde van vrijwel alle gewassen is afgenomen – planten minder eiwitten, ijzer en andere voedingsstoffen bevatten.
In het Leidse onderzoek werden duizenden waarnemingen van tientallen gewassen en voedingsstoffen gebundeld. De algemene conclusie luidt dat een verhoogd CO₂-gehalte de samenstelling van planten doorgaans doet verschuiven naar een hoger gehalte aan koolstof en koolhydraten, terwijl de concentraties van verschillende essentiële mineralen en vaak ook eiwitten afnemen.
Verdunningseffect
Er bestond al het vermoeden dat ons voedsel minder voedzaam was dan vroeger. Toch hebben wetenschappers in Leiden dit nu na uitgebreid onderzoek bevestigd: planten groeien sneller door de toegenomen CO2-concentratie, maar de extra koolstof zorgt ervoor dat ze meer koolhydraten produceren – en daardoor meer calorieën bevatten. Als gevolg daarvan zorgt de klimaatverandering ervoor dat ons voedsel minder voedzaam is, maar meer energie bevat.
De gangbare verklaring — “de plant wordt groter, waardoor dezelfde mineralen over meer biomassa worden verdund” — is deels juist, maar onvolledig. Meer CO₂ maakt fotosynthese efficiënter; planten nemen meer koolstof op en produceren meer suikers, zetmeel en andere koolhydraten. Koolstof neemt daardoor sneller toe dan voedingsstoffen zoals ijzer, zink en stikstof, wat een verdunningseffect veroorzaakt.
IJzertekort
De verschillen zijn onzichtbaar en vaak niet waarneembaar aan de smaak. Toch kan de daling van de voedingswaarde een aanzienlijk verschil maken voor mensen die al op de rand van ondervoeding staan en afhankelijk zijn van een paar basisvoedingsmiddelen, zoals rijst of tarwe.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lijden wereldwijd 40% jonge kinderen en 37% zwangere vrouwen aan bloedarmoede, die vaak wordt veroorzaakt door ijzertekort. In het ergste geval belemmert ijzertekort de cognitieve ontwikkeling van kinderen.
Kwantiteit of kwaliteit?
Volgens de onderzoekers is er lange tijd veel te weinig aandacht besteed aan de voedingswaarde. De nadruk lag op de opbrengst, met name voor rijst, maïs en tarwe. Dat is vandaag de dag nog steeds zo. Door droogte en veranderende neerslagpatronen mislukken de oogsten echter, of is landbouw in sommige gebieden niet langer mogelijk. Als ook de voedingswaarde afneemt, heeft dit gevolgen voor onze gezondheid.
Het gaat ook niet alleen om de hoeveelheid groenten die we eten. De kwaliteit van het graan is eveneens van invloed op de voedingswaarde van pasta, en minder voedzame soja betekent dat vee minder voedingsstoffen binnenkrijgt. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van het vlees – en, wat dat betreft, ook voor de kwaliteit van vleesvervangers die soja bevatten.
Meer gevarieerde maaltijden
De wetenschappers zijn in ieder geval van mening dat het probleem niet zal worden opgelost door simpelweg meer te eten van de gewassen die momenteel worden geteeld. “Het caloriegehalte stijgt in verhouding tot het gehalte aan voedingsstoffen, en de meeste mensen nemen al te veel calorieën tot zich. We moeten vooral ons voedingspatroon afwisselender maken.”
Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om bepaalde gewassen te ‘veredelen’ – door gebruik te maken van verbeterd zaad of door voedingsstoffen aan de bodem toe te voegen of rechtstreeks op de planten te sproeien. De beste oplossing is echter wellicht om de CO₂-uitstoot te verminderen, om verdere verslechtering van de voedselkwaliteit te voorkomen.
Hoe zit het met de voedselprijzen?
De door CO₂ veroorzaakte verdunning van voedingsstoffen maakt tarwe of rijst niet per se duurder per kilogram. Dankzij het traditionele CO₂-bemestingseffect zouden boeren meer tonnen tarwe kunnen produceren tegen dezelfde of zelfs lagere kosten. Maar die tonnen zouden minder voedingsstoffen bevatten. En tDe prijs per calorie en de prijs per voedingsstof kunnen uiteenlopen.
Voor armere bevolkingsgroepen die sterk afhankelijk zijn van rijst, tarwe of maïs, zouden de gevolgen veel ernstiger kunnen zijn. Mensen kunnen weliswaar voldoende calorieën binnenkrijgen, maar toch te kampen hebben met tekorten aan micronutriënten. De landbouw zou de afname van de voedingswaarde gedeeltelijk kunnen compenseren, maar deze maatregelen hebben een prijs.
Kortom: klimaatverandering zou voeding duurder kunnen maken, zelfs als landbouwbedrijven meer calorieën produceren. Voor België en Nederland zou een hogere CO₂-concentratie bij sommige gewassen tot hogere opbrengsten kunnen leiden, maar met minder voedingsstoffen per kilogram.
Als gevolg daarvan zouden meer veredeling, bemesting en kwaliteitscontrole de productiekosten doen stijgen. Een deel van de voedselprijs van morgen zou dus de prijs kunnen zijn die de samenleving betaalt om de voedingskwaliteit van vandaag te behouden.


