Nederlandse en Belgische forenzen fietsen meer en geven de voorkeur aan thuis opladen

Volgens een recent onderzoek van de Nederlandse mobiliteitsorganisatie Shuttel fietsen mensen in Nederland vaker, laden ze hun elektrische voertuigen voornamelijk thuis op en reizen ze in de eerste klas, vooral in de winter. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 250.000 werknemers bij meer dan 100 organisaties in Nederland.

Net als in Nederland is fietsen in België geëvolueerd van een alternatief vervoersmiddel naar een primair vervoersmiddel voor korte en middellange afstanden. Volgens andere studies zijn e-bikes in beide landen de belangrijkste factor.

Fietsen is een vast onderdeel van het woon-werkverkeer.

Het fietsgebruik bleef in 2025 relatief stabiel, ook in het eerste en laatste kwartaal, wanneer er doorgaans sprake is van ongunstige weersomstandigheden. Fietsen is een vast onderdeel geworden van ons woon-werkverkeer en niet langer een ‘oplossing voor mooi weer’. 

Er zijn veel fietskilometers afgelegd, met name in en rond de vier grote steden: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. De meeste ritten (90%) zijn gemaakt op persoonlijke fietsen. Deelfietsen bleken vooral effectief voor korte afstanden en de laatste kilometer.

Thuis opladen is het populairst

Het laadgedrag van EV-bestuurders bleef ook in 2025 stabiel. Het merendeel van de oplaadsessies (75%) vond plaats tijdens de week, met duidelijke pieken bij aankomst op het werk en bij thuiskomst – elektrisch Autorijden is duidelijk een onderdeel geworden van onze dagelijkse routine.

Thuis opladen is de norm: 60-70% van de ondervraagde groep heeft een thuislaadstation. In grote steden laden mensen vaker in de buurt op.

2025 was blijkbaar een druk jaar voor het spoorvervoer, wat meteen de stijging van 15% in het aantal eersteklasreizen verklaart. – niet zozeer vanwege de behoefte aan luxe, maar eerder vanwege de behoefte aan rust en productiviteit tijdens de reis naar of van het werk.

In 2025 keerden meer mensen in Nederland terug naar kantoor. Het aantal kantoormedewerkers nam elke dag van de week toe. Telewerken, wat sinds de coronacrisis gebruikelijk is geworden, blijft bestaan, maar is minder uitgesproken.

In 2025 brachten Nederlandse werknemers ongeveer een halve dag meer per week door op kantoor, hoewel 52% van de werknemers nog steeds minstens af en toe thuis werkt – het kantoorbezoek piekt op dinsdag en donderdag, waardoor de verkeersdrukte toeneemt.

Hoe zit het met België?

Fietsen naar het werk is structureel verankerd in beide landen; Nederland loopt voorop en België, met name Vlaanderen, haalt snel in. In Vlaanderen wordt 22% van het woon-werkverkeer per fiets afgelegd; 11% daarvan met de e-bike. 

Op nationaal niveau is het aandeel van het woon-werkverkeer per fiets sinds 2005 met ~80% gestegen. Investeringen in fietsinfrastructuur – fietssnelwegen en zogenaamde ‘fietsostrades (fietsautosnelwegen) – versnellen de acceptatie.

In België wordt de acceptatie van elektrische voertuigen vooral gestimuleerd door de aankoop van bedrijfswagens en niet zozeer door particuliere aankopen. Ongeveer 87% van de werkgevers die elektrische bedrijfswagens aanbieden, voorzien ook in laadinfrastructuur voor thuis. Vergoeding van de kosten voor thuisladen is inmiddels de norm.

Thuisladen is duidelijk de ruggengraat van elektrische mobiliteit in beide markten, hoewel dit wordt aangestuurd door gebruiksgemak in Nederland en werkgeversbeleid in België. Thuis opladen is een onmisbare voorwaarde voor de acceptatie van elektrische voertuigen. Zonder thuisoplaadmogelijkheden geven werknemers vaak de voorkeur aan fietsen of het openbaar vervoer.

In tegenstelling tot In Nederland is eersteklas reizen minder verankerd in het mobiliteitsbeleid van werkgevers en wordt het cultureel minder geassocieerd met productiviteit. Het idee dat ‘reistijd = werktijd’ steeds meer ingang vindt, maar in Nederland sneller.

Hybride werken blijft populair, maar mensen keren vaker terug naar kantoor, waardoor de druk tijdens de spitsuren toeneemt. In België werkt ongeveer 33% van de werknemers af en toe of regelmatig vanuit huis.

Shuttel

Volgens Shuttel, de bovenstaande trends zullen zich volgend jaar voortzetten. Voor Nederland geldt dat tDe mobiliteitsspecialist verwacht ook dat inzicht in mobiliteitskosten steeds belangrijker zal worden voor werkgevers.

Ze willen meer controle krijgen over de mobiliteitskosten van hun werknemers en weloverwogen beslissingen nemen over bedrijfswagens, vergoedingen voor openbaar vervoer en fietsvergoedingen.

Fietsen blijft populair onder werknemers dankzij de opkomst van e-bikes en het toenemende aantal kantoormedewerkers. “Daarom is het belangrijk dat we fietsen fiscaal aantrekkelijker maken, zowel voor werkgevers als voor werknemers”, legt Shuttel uit.

In België ligt de focus op de lopende hervorming van de belasting op bedrijfswagens. Deskundigen verwachten een sterke groei in het gebruik van fiets- en treincombinaties. Het grote verschil tussen België en Nederland is dat België snel aan het opschalen en hervormen is, terwijl Nederland bezig is met het verfijnen van een volwassen systeem.

Shuttel, een joint venture tussen Pon en Volkswagen Financial Services, is al meer dan tien jaar een toonaangevende aanbieder van mobiliteitsdiensten.

Misschien vind je dit ook leuk

Maak een gratis account aan of log in.

Krijg toegang om dit artikel te lezen, plus beperkte gratis inhoud.

Ja! Ik wil graag nieuwe inhoud en updates ontvangen.