Afgelopen juni werd West-Europa getroffen door de meest wijdverspreide hittegolf sinds het begin van de metingen, en verschillende landen in Zuid-Europa hebben momenteel nog steeds te kampen met aanhoudende, intense hitte en bosbranden.
De UNECE, de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, riep vervolgens de landen in Europa, Noord-Amerika en Centraal-Azië op om hun vervoersinfrastructuur met spoed klimaatbestendig te maken.
Een studie uit 2025 van VUB-onderzoekers Cristina Deidda en Wim Thiery, die werd ondersteund door de Europese Commissie en destijds weinig aandacht kreeg, wees hier al op: het Europese vervoersnetwerk is niet voorbereid op de klimaatextremen die ons te wachten staan.
Hun onderzoek, waar zowel Le Soir als de VRT nu aandacht aan besteden, is een wake-up call met een “dubbele klap”: het netwerk raakt nu al achterop, en zonder gecombineerde inspanningen op het gebied van mitigatie en aanpassing zal de kloof tussen wat de infrastructuur aankan en wat het klimaat met zich meebrengt alleen maar groter worden.
Schade aan het vervoersnetwerk
In het onderzoek “Is de Europese vervoersinfrastructuur klaar voor de klimaatverandering?” – dat momenteel na peer review wordt herzien – combineren de onderzoekers twee elementen: een literatuuronderzoek naar reeds waargenomen schade als gevolg van extreme weersomstandigheden (2010-2018/2022) aan de Europese vervoersinfrastructuur, zoals wegen, spoorwegen, luchthavens, waterwegen en havens, en een blootstellingsanalyse op basis van klimaatmodellen, waarin zij berekenen hoe veel vaker het Trans-Europees Vervoersnetwerk (TEN-T) in de toekomst zal worden blootgesteld aan rivieroverstromingen, hittegolven, droogtes, tropische stormen en bosbranden.
We hebben allemaal aan den lijve ondervonden hoe het klimaat het vervoersnetwerk al aanzienlijke schade heeft toegebracht. Zo zorgde de droge zomer van 2018 ervoor dat het binnenvaartverkeer in Duitsland vrijwel tot stilstand kwam vanwege de lage waterstanden op de Rijn, wat resulteerde in 2,4 miljard euro aan schade – sterker nog, zelfs nu is het waterpeil weer lager dan normaal…
De plotselinge overstromingen van 2021, die België en Duitsland bijzonder hard troffen, veroorzaakten schade aan spoorwegen, bruggen en seininstallaties, wat respectievelijk 2,8 miljard en 17 miljard euro aan kosten met zich meebracht.
Ook Griekenland werd zowel in 2021 als in 2023 getroffen door overstromingen, waardoor wegen onbegaanbaar werden en bruggen beschadigd raakten. Alleen al de schade aan het spoorwegnet bedroeg 150 miljoen euro.
Door de bosbranden op Sicilië in 2023 moest de luchthaven worden gesloten, net zoals de hevige regenval die Barcelona in november 2024 trof, leidde tot de annulering van tientallen vluchten.
En voor wie het zich niet meer zo goed herinnert: als gevolg van de recente hittegolf in juni werden in België tot wel 100 treinen per dag geschrapt.
Ook in Frankrijk was er sprake van een beperkte dienstregeling, terwijl in het Verenigd Koninkrijk snelheidsbeperkingen werden opgelegd vanwege spoorvervorming; bovendien bleek dat slechts iets meer dan de helft van de bussen van de Waalse vervoersmaatschappij LETEC is uitgerust met airconditioning.
90% van het vervoersnetwerk zal hier in de toekomst door worden beïnvloed
Als we uitgaan van het scenario waarin de aarde tegen het midden of het einde van deze eeuw met +3° opwarmt, voorspellen de onderzoekers dat we tussen 2040 en 2069 tot wel 30 keer zoveel hittegolven zullen meemaken, die 90% van het vervoersnetwerk zullen treffen.
Tegen het midden van de eeuw zou droogte al ongeveer 50% van de Europese binnenwateren kunnen treffen, en tegen het einde van de eeuw zelfs 70%. Ook zou tot 45% van de wegen en spoorwegen door droogte kunnen worden getroffen.
Bosbranden zouden op hun beurt tot 26 keer vaker wegen en spoorwegen onbruikbaar maken, terwijl overstromingen van rivieren plaatselijk tot 8 keer vaker zouden voorkomen.
Vooral in het Middellandse Zeegebied zouden zowel hittegolven als bosbranden het sterkst toenemen, en zouden extreme gebeurtenissen ook vaker gelijktijdig of achtereenvolgens plaatsvinden (“samengestelde gebeurtenissen”), zoals hitte, droogte en bosbranden.
Tegelijkertijd wijzen de onderzoekers er ook op dat niet alleen rekening moet worden gehouden met schade aan de infrastructuur bij extreme weersomstandigheden.
Maar ook door de verstoring van de toeleveringsketens zal de economische activiteit hierdoor worden belemmerd, en zullen er ook gevolgen zijn voor de volksgezondheid, bijvoorbeeld wanneer passagiers tijdens hittegolven urenlang in treinen vastzitten, wat soms leidt tot uitputting en ziekenhuisopnames, of tot hogere sterftecijfers.
Ambitieuze emissiereducties blijven noodzakelijk.
Het goede nieuws is dat mitigatie – oftewel maatregelen die de opwarming van de aarde bij de bron tegengaan – werkt. In het gematigder +2 °C-scenario kan de gemiddelde toename van de blootstelling tegen het midden van deze eeuw met 2-30% worden teruggedrongen, vergeleken met het huidige beleidstraject.
Aanpassing alleen zal echter waarschijnlijk niet voldoende zijn. Zelfs met verbeteringen aan de infrastructuur, zoals een betere afwatering of meer hittebestendige materialen, blijven ambitieuze emissiereducties noodzakelijk om het risico daadwerkelijk beheersbaar te houden en de betrouwbaarheid en veerkracht van het elektriciteitsnet te waarborgen.
Daarnaast moeten we investeren in veerkrachtige infrastructuur, moeten ontwerpnormen met spoed worden aangepast en moeten klimaatoverwegingen in de planning worden meegenomen.
Er is dus werk aan de winkel voor regeringen, overheidsinstanties, provincies, steden en gemeenten, maar ook voor CEO’s, en de vraag die we ons allemaal moeten stellen is niet langer of het klimaat verandert, maar hoe goed we daarop zijn voorbereid. Anders zullen we de gevolgen daarvan niet alleen op de wegen en spoorwegen merken, maar ook in onze verzekeringspremies.


