Het Europese lucht- en ruimtevaartconcern Airbus is van plan een joint venture op te richten met vliegtuigmotorfabrikant MTU Aero Engines voor de productie van waterstofaangedreven motoren.
Deze motoren zijn bedoeld om op termijn als alternatief te dienen voor verbrandingsmotoren die op fossiele brandstoffen draaien, waardoor de CO₂-uitstoot van de luchtvaart wordt teruggedrongen.
Brandstofcellen
Via de joint venture, die naar verwachting vanaf volgend jaar operationeel zal zijn, willen Airbus en MTU Aero Engines – de grootste en enige onafhankelijke fabrikant van vliegtuigmotoren in Duitsland – hun kennis en ervaring bundelen om uit te groeien tot een “toonaangevende Europese speler” die in staat is wetenschappelijk onderzoek om te zetten in motoren die op grote schaal in de luchtvaartindustrie kunnen worden ingezet.
Ze hebben echter geen specifiek jaar genoemd waarin hun technologie naar verwachting beschikbaar zal zijn voor de luchtvaartindustrie.
De twee bedrijven willen motoren bouwen die gebruikmaken van brandstofcellen om waterstof aan boord via een chemische reactie om te zetten in elektriciteit. De enige uitstoot zou dan waterdamp zijn.
Het voordeel ten opzichte van batterijen is dat brandstofcellen veel lichter zijn – een cruciale factor in de luchtvaart – en dat je daardoor helemaal geen enorme, zwaar geïsoleerde tanks nodig hebt, in tegenstelling tot bij waterstofgas, dat een veel lagere energiedichtheid heeft dan kerosine.
Een minder risicovolle aanpak
In 2020 lanceerde Airbus het ambitieuze ZEROe project, met als doel om tegen 2035 ’s werelds eerste commerciële vliegtuig op waterstof op de markt te brengen. Dat project heeft echter herhaaldelijk vertraging opgelopen, juist omdat het verbrandingsproces voorlopig nog te complex is.
Brandstofcellen vormen een minder risicovolle aanpak dan de directe verbranding van waterstof in straalmotoren, die vergelijkbaar is met de verbranding van kerosine, maar waarbij waterstof als brandstof wordt gebruikt.
Omdat ze aanzienlijk minder vermogen per kilogram leveren dan verbrandingsmotoren, worden ze doorgaans in de eerste plaats ingezet in kleinere vliegtuigen die korte afstanden afleggen, en niet in de grote langeafstandsvliegtuigen die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de uitstoot in de luchtvaart.


